Naar de inhoud

betrekken

zich in een woning installeren

betrekken

werkwoord

Betekenis

  1. zich in een woning installeren
  2. (artikelen) kopen, verkrijgen, verwerven
  3. ~ op: in verband of relatie brengen met
  4. ~ bij: deel laten hebben aan een activiteit
  5. bewolkt raken
  6. (van een gezicht e.d.) somber worden

werkwoord

  1. kopen, verkrijgen, verwerven transitive
  2. somber worden ergative

Vervoeging van betrekken

betrekkenhele werkwoord — betrokverleden tijd enkelvoud — betrokkenverleden tijd meervoud — betrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik betrek betrok
jij betrekt betrok
hij, zij, het betrekt betrok
wij betrekken betrokken
jullie betrekken betrokken
zij betrekken betrokken
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
betrek gebiedende wijs
betrekke aanvoegende wijs
betrekkend onvoltooid, deelwoord
betrok verleden tijd
betrokken verleden tijd, deelwoord
betrokken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betrokken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betrokken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betrokken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
betrokken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betrokken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betrokken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betrokken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betrokken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
betrokken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
er is betrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was betrokken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd betrokken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt betrokken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal betrokken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal betrokken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou betrokken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou betrokken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had betrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had betrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had betrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden betrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden betrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden betrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt betrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te betrekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben betrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen betrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart betrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren betrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was betrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was betrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was betrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd betrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd betrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd betrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden betrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden betrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden betrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt betrokken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word betrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden betrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden betrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden betrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt betrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt betrokken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal betrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal betrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal betrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal betrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal betrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal betrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt betrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou betrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou betrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou betrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou betrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden betrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt betrekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt betrokken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen betrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen betrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen betrokken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betrokken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen betrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen betrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen betrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult betrekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult betrokken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betrokken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult betrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van trekken met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van betrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
betrek gebiedende wijs betrekken
betrekke aanvoegende wijs betrekken
betrekkend onvoltooid deelwoord betrekken
betrekkende woordvorm betrekken
betrekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon betrekken
betrok verleden tijd betrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over betrekken

Wat betekent betrekken?
Betrekken is een werkwoord. Het woord betekent: zich in een woning installeren. Deze pagina beschrijft 8 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je betrekken?
Je vervoegt betrekken als volgt: de tegenwoordige tijd is betrek, de verleden tijd is betrok en het voltooid deelwoord is betrokken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord betrekken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

betrekken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

betrekken in het kort

betrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 8 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van betrekken zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort betrekken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

betrekken: zich in een woning installeren
Deel betrekken — standaardnederlands.nl