Naar de inhoud

bestijgen

bovenop iets zien te geraken

bestijgen

werkwoord

Betekenis

  1. bovenop iets zien te geraken
  2. de troon ~ vorst of vorstin worden
  3. paarden etc. de geslachtsdaad uitvoeren

Vervoeging van bestijgen

bestijgenhele werkwoord — besteegverleden tijd enkelvoud — bestegenverleden tijd meervoud — bestegenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bestijg besteeg
jij bestijgt besteeg
hij, zij, het bestijgt besteeg
wij bestijgen bestegen
jullie bestijgen bestegen
zij bestijgen bestegen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
besteeg verleden tijd
bestegen verleden tijd, deelwoord
bestegen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bestegen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bestegen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestegen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestegen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bestegen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bestegen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bestegen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestegen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestegen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bestijg gebiedende wijs
bestijge aanvoegende wijs
bestijgend onvoltooid, deelwoord
er is bestegen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bestegen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bestegen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bestegen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bestegen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bestegen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bestegen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bestegen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bestegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bestegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bestegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bestegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bestegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bestegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bestegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bestijgen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bestegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bestijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bestegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bestegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bestegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bestegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bestegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bestegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bestegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bestegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bestegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bestegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bestegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bestegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bestegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bestegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bestegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bestegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bestegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bestegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bestegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bestegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bestegen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bestegen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bestegen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bestegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bestegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bestegen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestegen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bestegen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestegen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bestegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bestegen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestegen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestegen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bestegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bestegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bestijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bestegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bestijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van stijgen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bestijgen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
besteeg verleden tijd bestijgen
bestegen voltooid deelwoord bestijgen
bestijg gebiedende wijs bestijgen
bestijge aanvoegende wijs bestijgen
bestijgend onvoltooid deelwoord bestijgen
bestijgende woordvorm bestijgen
bestijgt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bestijgen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestijgen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bestijgen

Wat betekent bestijgen?
Bestijgen is een werkwoord. Het woord betekent: bovenop iets zien te geraken. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bestijgen?
Je vervoegt bestijgen als volgt: de tegenwoordige tijd is bestijg, de verleden tijd is besteeg en het voltooid deelwoord is bestegen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bestijgen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. I 1
  6. J 4
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bestijgen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. I 2
  6. J 4
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bestijgen in het kort

bestijgen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bestijgen zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bestijgen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bestijgen: bovenop iets zien te geraken
Deel bestijgen — standaardnederlands.nl