bestieren
werkwoordBetekenis
- iets richting geven of besturen
- iemand leiden, richten of besturen
Vervoeging van bestieren
bestierenhele werkwoord — bestierdeverleden tijd enkelvoud — bestierdenverleden tijd meervoud — bestierdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bestier | bestierde |
| jij | bestiert | bestierde |
| hij, zij, het | bestiert | bestierde |
| wij | bestieren | bestierden |
| jullie | bestieren | bestierden |
| zij | bestieren | bestierden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bestier | gebiedende wijs |
| bestierd | verleden tijd, deelwoord |
| bestierd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestierd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestierd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestierd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestierd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestierd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestierd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestierd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestierd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestierd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestierde | verleden tijd |
| bestiere | aanvoegende wijs |
| bestierend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bestierd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bestierd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bestierd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bestierd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bestierd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bestierd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bestierd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bestierd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bestierd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bestierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bestierd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bestierd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bestierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bestierd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bestierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestierd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bestieren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bestierd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bestieren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bestierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestierd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bestierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestierd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bestierd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bestierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bestierd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bestierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bestierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bestierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bestierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bestierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bestierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bestierd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bestierd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bestierd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bestierd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bestierd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bestierd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bestierd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bestierd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestierd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestierd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestierd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestierd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestierd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestieren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestierd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestierd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘leiden’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van bestieren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bestier | gebiedende wijs | bestieren |
| bestierd | voltooid deelwoord | bestieren |
| bestierde | verleden tijd | bestieren |
| bestierden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bestieren |
| bestiere | aanvoegende wijs | bestieren |
| bestierend | onvoltooid deelwoord | bestieren |
| bestierende | woordvorm | bestieren |
| bestiert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bestieren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestieren zijn vastgelegd.