besproeien
werkwoord /bə'sprujə/Betekenis
- natmaken met fijne druppels
Hoe spreek je besproeien uit?
/bəˈsprujə/
Besproeien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| p | pak |
| r | rood |
| u | boek |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van besproeien
besproeienhele werkwoord — besproeideverleden tijd enkelvoud — besproeidenverleden tijd meervoud — besproeidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | besproei | besproeide |
| jij | besproeit | besproeide |
| hij, zij, het | besproeit | besproeide |
| wij | besproeien | besproeiden |
| jullie | besproeien | besproeiden |
| zij | besproeien | besproeiden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| besproei | gebiedende wijs |
| besproeid | verleden tijd, deelwoord |
| besproeid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| besproeid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| besproeid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| besproeid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| besproeid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| besproeid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| besproeid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| besproeid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| besproeid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| besproeid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| besproeide | verleden tijd |
| besproeie | aanvoegende wijs |
| besproeiend | onvoltooid, deelwoord |
| er is besproeid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was besproeid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd besproeid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt besproeid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal besproeid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal besproeid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou besproeid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou besproeid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had besproeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had besproeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had besproeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden besproeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden besproeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden besproeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt besproeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben besproeid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te besproeien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben besproeid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen besproeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart besproeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren besproeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren besproeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren besproeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was besproeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was besproeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was besproeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd besproeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd besproeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd besproeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden besproeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden besproeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden besproeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt besproeid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word besproeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden besproeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden besproeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden besproeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt besproeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt besproeid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal besproeid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal besproeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal besproeid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal besproeid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal besproeid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt besproeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou besproeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou besproeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou besproeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou besproeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou besproeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou besproeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden besproeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden besproeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden besproeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden besproeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden besproeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden besproeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt besproeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt besproeid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen besproeid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen besproeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen besproeid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen besproeid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen besproeid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen besproeid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen besproeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult besproeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult besproeid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult besproeid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult besproeien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van sproeien met het voorvoegsel be-.
Woordfamilie van besproeien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| besproei | gebiedende wijs | besproeien |
| besproeid | voltooid deelwoord | besproeien |
| besproeide | verleden tijd | besproeien |
| besproeiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | besproeien |
| besproeie | aanvoegende wijs | besproeien |
| besproeiend | onvoltooid deelwoord | besproeien |
| besproeiende | woordvorm | besproeien |
| besproeit | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | besproeien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van besproeien zijn vastgelegd.