Naar de inhoud

besprenkelen

druppels van een vloeistof ergens over strooien

besprenkelen

werkwoord

Betekenis

  1. druppels van een vloeistof ergens over strooien
  2. iets overheen strooien

Vervoeging van besprenkelen

besprenkelenhele werkwoord — besprenkeldeverleden tijd enkelvoud — besprenkeldenverleden tijd meervoud — besprenkeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik besprenkel besprenkelde
jij besprenkelt besprenkelde
hij, zij, het besprenkelt besprenkelde
wij besprenkelen besprenkelden
jullie besprenkelen besprenkelden
zij besprenkelen besprenkelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
besprenkel gebiedende wijs
besprenkeld verleden tijd, deelwoord
besprenkeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
besprenkeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
besprenkeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
besprenkeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
besprenkeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
besprenkeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
besprenkeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
besprenkeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
besprenkeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
besprenkeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
besprenkelde verleden tijd
besprenkele aanvoegende wijs
besprenkelend onvoltooid, deelwoord
er is besprenkeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was besprenkeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd besprenkeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt besprenkeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal besprenkeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal besprenkeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou besprenkeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou besprenkeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had besprenkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had besprenkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had besprenkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden besprenkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden besprenkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden besprenkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt besprenkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben besprenkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te besprenkelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben besprenkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen besprenkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart besprenkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren besprenkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren besprenkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren besprenkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was besprenkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was besprenkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was besprenkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt besprenkeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal besprenkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besprenkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal besprenkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal besprenkeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besprenkeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt besprenkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou besprenkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besprenkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besprenkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besprenkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besprenkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besprenkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden besprenkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden besprenkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden besprenkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besprenkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden besprenkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden besprenkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt besprenkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besprenkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen besprenkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen besprenkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen besprenkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besprenkeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen besprenkeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen besprenkeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besprenkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult besprenkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besprenkeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besprenkeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besprenkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van sprenkelen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van besprenkelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
besprenkel gebiedende wijs besprenkelen
besprenkeld voltooid deelwoord besprenkelen
besprenkelde verleden tijd besprenkelen
besprenkelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon besprenkelen
besprenkele aanvoegende wijs besprenkelen
besprenkelend onvoltooid deelwoord besprenkelen
besprenkelende woordvorm besprenkelen
besprenkelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon besprenkelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van besprenkelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over besprenkelen

Wat betekent besprenkelen?
Besprenkelen is een werkwoord. Het woord betekent: druppels van een vloeistof ergens over strooien. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je besprenkelen?
Je vervoegt besprenkelen als volgt: de tegenwoordige tijd is besprenkel, de verleden tijd is besprenkelde en het voltooid deelwoord is besprenkeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord besprenkelen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. P 3
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

besprenkelen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. P 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

besprenkelen in het kort

besprenkelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van besprenkelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort besprenkelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

besprenkelen: druppels van een vloeistof ergens over strooien
Deel besprenkelen — standaardnederlands.nl