Naar de inhoud

besneeuwen

met sneeuw bedekken

besneeuwen

werkwoord

Betekenis

  1. met sneeuw bedekken

Vervoeging van besneeuwen

besneeuwenhele werkwoord — besneeuwdeverleden tijd enkelvoud — besneeuwdenverleden tijd meervoud — besneeuwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik besneeuw besneeuwde
jij besneeuwt besneeuwde
hij, zij, het besneeuwt besneeuwde
wij besneeuwen besneeuwden
jullie besneeuwen besneeuwden
zij besneeuwen besneeuwden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
besneeuw gebiedende wijs
besneeuwd verleden tijd, deelwoord
besneeuwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
besneeuwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
besneeuwde verleden tijd
besneeuwe aanvoegende wijs
besneeuwend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
had besneeuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had besneeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had besneeuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden besneeuwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden besneeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden besneeuwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt besneeuwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb besneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben besneeuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben besneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben besneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben besneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt besneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft besneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft besneeuwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te besneeuwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben besneeuwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen besneeuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal besneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal besneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou besneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden besneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden besneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden besneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt besneeuwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen besneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen besneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen besneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besneeuwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult besneeuwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besneeuwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van sneeuwen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van besneeuwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
besneeuw gebiedende wijs besneeuwen
besneeuwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon besneeuwen
besneeuwe aanvoegende wijs besneeuwen
besneeuwend onvoltooid deelwoord besneeuwen
besneeuwende woordvorm besneeuwen
besneeuwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon besneeuwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van besneeuwen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over besneeuwen

Wat betekent besneeuwen?
Besneeuwen is een werkwoord. Het woord betekent: met sneeuw bedekken.
Hoe vervoeg je besneeuwen?
Je vervoegt besneeuwen als volgt: de tegenwoordige tijd is besneeuw, de verleden tijd is besneeuwde en het voltooid deelwoord is besneeuwd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord besneeuwen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. N 1
  5. E 1
  6. E 1
  7. U 4
  8. W 5
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

besneeuwen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. N 1
  5. E 1
  6. E 1
  7. U 2
  8. W 5
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

besneeuwen in het kort

besneeuwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van besneeuwen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort besneeuwen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

besneeuwen: met sneeuw bedekken
Deel besneeuwen — standaardnederlands.nl