bersten
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'bɛrstə(n)/Betekenis
- onder inwendige druk uit elkaar breken
Hoe spreek je bersten uit?
/ˈbɛrstən/
Bersten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bersten
berstenhele werkwoord — berstteverleden tijd enkelvoud — bersttenverleden tijd meervoud — geborstenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | berst | berstte |
| jij | berst | berstte |
| hij, zij, het | berst | berstte |
| wij | bersten | berstten |
| jullie | bersten | berstten |
| zij | bersten | berstten |
Alle 57 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben geborsten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geborsten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| berst | gebiedende wijs |
| berste | aanvoegende wijs |
| berstend | onvoltooid, deelwoord |
| berstte | verleden tijd |
| borst | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| geborsten | verleden tijd, deelwoord |
| geborsten te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geborsten zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is geborsten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geborsten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bersten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn geborsten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bersten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geborsten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geborsten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geborsten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geborsten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geborsten | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geborsten | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geborsten | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal bersten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bersten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bersten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geborsten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geborsten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geborsten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geborsten | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn geborsten | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geborsten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geborsten | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geborsten | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bersten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bersten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bersten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geborsten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geborsten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geborsten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bersten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bersten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bersten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geborsten zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geborsten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geborsten zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bersten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geborsten zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bersten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bersten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bersten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bersten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geborsten zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geborsten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geborsten zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bersten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geborsten zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord berst
Herkomst
afgeleid van berst met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van bersten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| berste | aanvoegende wijs | bersten |
| berstend | onvoltooid deelwoord | bersten |
| berstende | woordvorm | bersten |
| berstte | verleden tijd | bersten |
| berstten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bersten |
| geborsten | voltooid deelwoord | bersten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bersten zijn vastgelegd.