berennen
werkwoordBetekenis
- hardlopend afleggen
- hardlopend bereiken
Vervoeging van berennen
berennenhele werkwoord — berendeverleden tijd enkelvoud — berendenverleden tijd meervoud — berendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beren | berende |
| jij | berent | berende |
| hij, zij, het | berent | berende |
| wij | berennen | berenden |
| jullie | berennen | berenden |
| zij | berennen | berenden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beren | gebiedende wijs |
| berend | verleden tijd, deelwoord |
| berend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| berend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| berende | verleden tijd |
| berenne | aanvoegende wijs |
| berennend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had berend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had berend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had berend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden berend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden berend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden berend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt berend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb berend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben berend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben berend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben berend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben berend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt berend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft berend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft berend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te berennen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben berend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen berennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal berend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal berend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal berend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal berennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal berennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal berennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou berend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou berend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou berend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou berennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou berennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou berennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden berend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden berend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden berend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden berennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden berennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden berennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt berend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt berennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen berend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen berend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen berend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen berennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen berennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen berennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen berennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult berend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult berennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van rennen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van berennen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| berenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | berennen |
| berenne | aanvoegende wijs | berennen |
| berennend | onvoltooid deelwoord | berennen |
| berennende | woordvorm | berennen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van berennen zijn vastgelegd.