Naar de inhoud

berennen

hardlopend afleggen

berennen

werkwoord

Betekenis

  1. hardlopend afleggen
  2. hardlopend bereiken

Vervoeging van berennen

berennenhele werkwoord — berendeverleden tijd enkelvoud — berendenverleden tijd meervoud — berendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beren berende
jij berent berende
hij, zij, het berent berende
wij berennen berenden
jullie berennen berenden
zij berennen berenden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
beren gebiedende wijs
berend verleden tijd, deelwoord
berend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
berend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
berende verleden tijd
berenne aanvoegende wijs
berennend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
had berend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had berend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had berend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden berend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden berend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden berend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt berend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb berend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben berend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben berend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben berend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben berend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt berend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft berend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft berend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te berennen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben berend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen berennen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal berend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal berend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal berend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal berennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal berennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal berennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou berend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou berend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou berend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou berennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou berennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou berennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden berend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden berend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden berend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden berennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden berennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden berennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt berend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt berennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen berend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen berend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen berend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen berennen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen berennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen berennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen berennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult berend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult berennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van rennen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van berennen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
berenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon berennen
berenne aanvoegende wijs berennen
berennend onvoltooid deelwoord berennen
berennende woordvorm berennen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van berennen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over berennen

Wat is de betekenis van berennen?
Berennen is een werkwoord. De betekenis is: hardlopend afleggen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik berennen?
Zo vervoeg je berennen zo: de tegenwoordige tijd is beren, de verleden tijd is berende en het voltooid deelwoord is berend. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord berennen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

berennen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

berennen in het kort

berennen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van berennen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort berennen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

berennen: hardlopend afleggen
Deel berennen — standaardnederlands.nl