Naar de inhoud

bensjen

zegenen, onder andere van kinderen

bensjen

werkwoord ˈbɛnʃə(n)

Betekenis

  1. zegenen, onder andere van kinderen
  2. het dankgebed na de maaltijd zeggen

Hoe spreek je bensjen uit?

/ˈbɛnʃən/

Bensjen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɛnʃən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɛ bed
n nek
ʃ sjaal
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bensjen

bensjenhele werkwoord — bensjteverleden tijd enkelvoud — bensjtenverleden tijd meervoud — gebensjtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bensj bensjte
jij bensjt bensjte
hij, zij, het bensjt bensjte
wij bensjen bensjten
jullie bensjen bensjten
zij bensjen bensjten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bensj gebiedende wijs
bensje aanvoegende wijs
bensjend onvoltooid, deelwoord
bensjte verleden tijd
ev. gebiedende wijs
gebensjt verleden tijd, deelwoord
gebensjt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebensjt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebensjt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebensjt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebensjt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebensjt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebensjt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebensjt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebensjt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebensjt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebensjt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebensjt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebensjt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebensjt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebensjt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebensjt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebensjt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bensjen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebensjt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bensjen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bensjen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bensjen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bensjen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebensjt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebensjt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebensjt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bensjen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bensjen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bensjen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebensjt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebensjt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebensjt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bensjen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bensjen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bensjen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebensjt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebensjt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebensjt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bensjen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebensjt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bensjen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bensjen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bensjen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bensjen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebensjt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebensjt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebensjt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bensjen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebensjt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Herkomst: Jiddisj

Woordfamilie van bensjen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bensj gebiedende wijs bensjen
bensje aanvoegende wijs bensjen
bensjend onvoltooid deelwoord bensjen
bensjende woordvorm bensjen
bensjt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bensjen
bensjte verleden tijd bensjen
bensjten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bensjen
gebensjt voltooid deelwoord bensjen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bensjen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bensjen

Hoe spreek ik bensjen uit?
Zo spreek je bensjen uit: /ˈbɛnʃə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van bensjen?
Bensjen is een werkwoord. De betekenis is: zegenen, onder andere van kinderen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bensjen?
Zo vervoeg je bensjen zo: de tegenwoordige tijd is bensj, de verleden tijd is bensjte en het voltooid deelwoord is gebensjt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bensjen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. J 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bensjen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. J 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

bensjen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bensjen in het kort

bensjen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bensjen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bensjen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bensjen: zegenen, onder andere van kinderen
Deel bensjen — standaardnederlands.nl