Naar de inhoud

benaderen

naartoe gaan en aanspreken

benaderen

werkwoord bəˈnadərə(n)

Betekenis

  1. naartoe gaan en aanspreken
  2. aanpakken
  3. bijna bereikt hebben
  4. geen exacte berekening maar een bepaling

Hoe spreek je benaderen uit?

/bəˈnadərən/

Benaderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈnadərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
n nek
a maan
d dak
r rood
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van benaderen

benaderenhele werkwoord — benaderdeverleden tijd enkelvoud — benaderdenverleden tijd meervoud — benaderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik benader benaderde
jij benadert benaderde
hij, zij, het benadert benaderde
wij benaderen benaderden
jullie benaderen benaderden
zij benaderen benaderden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
benader gebiedende wijs
benaderd verleden tijd, deelwoord
benaderd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
benaderd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
benaderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
benaderd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
benaderd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
benaderd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
benaderd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
benaderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
benaderd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
benaderd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
benaderde verleden tijd
benadere aanvoegende wijs
benaderend onvoltooid, deelwoord
bent benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is benaderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was benaderd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd benaderd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt benaderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal benaderd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal benaderd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou benaderd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou benaderd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had benaderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had benaderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had benaderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden benaderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden benaderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden benaderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt benaderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben benaderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te benaderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben benaderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen benaderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart benaderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren benaderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren benaderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren benaderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was benaderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was benaderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was benaderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd benaderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd benaderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd benaderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden benaderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden benaderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden benaderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt benaderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word benaderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden benaderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden benaderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden benaderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt benaderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt benaderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal benaderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal benaderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal benaderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal benaderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal benaderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal benaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal benaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal benaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt benaderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou benaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou benaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou benaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou benaderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou benaderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou benaderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou benaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou benaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou benaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden benaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden benaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden benaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden benaderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden benaderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden benaderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden benaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden benaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden benaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt benaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt benaderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt benaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen benaderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen benaderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen benaderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen benaderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen benaderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen benaderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen benaderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen benaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen benaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen benaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult benaderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult benaderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult benaderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult benaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van naderen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van benaderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
benader gebiedende wijs benaderen
benaderd voltooid deelwoord benaderen
benaderde verleden tijd benaderen
benaderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon benaderen
benadere aanvoegende wijs benaderen
benaderend onvoltooid deelwoord benaderen
benaderende woordvorm benaderen
benadert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon benaderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van benaderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over benaderen

Hoe spreek je benaderen uit?
De uitspraak van benaderen is: /bəˈnadərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent benaderen?
Benaderen is een werkwoord. Het woord betekent: naartoe gaan en aanspreken. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je benaderen?
Je vervoegt benaderen als volgt: de tegenwoordige tijd is benader, de verleden tijd is benaderde en het voltooid deelwoord is benaderd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op benaderen?

Er staan 4 woorden in dit woordenboek die op benaderen rijmen, waaronder bladeren, raderen en ontbladeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op benaderen, uitspraak bəˈnadərən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bladeren 3
raderen 3
ontbladeren 4
vaderen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord benaderen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. N 1
  4. A 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

benaderen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. N 1
  4. A 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

benaderen in het kort

benaderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van benaderen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort benaderen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

benaderen: naartoe gaan en aanspreken
Deel benaderen — standaardnederlands.nl