Naar de inhoud

bemensen

van het benodigde personeel voorzien

bemensen

werkwoord

Betekenis

  1. van het benodigde personeel voorzien

Vervoeging van bemensen

bemensenhele werkwoord — bemensteverleden tijd enkelvoud — bemenstenverleden tijd meervoud — bemenstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bemens bemenste
jij bemenst bemenste
hij, zij, het bemenst bemenste
wij bemensen bemensten
jullie bemensen bemensten
zij bemensen bemensten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bemens gebiedende wijs
bemense aanvoegende wijs
bemensend onvoltooid, deelwoord
bemenst verleden tijd, deelwoord
bemenst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bemenst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bemenst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bemenst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bemenst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bemenst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bemenst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bemenst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bemenst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bemenst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bemenste verleden tijd
ben bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bemenst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bemenst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bemenst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bemenst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bemenst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bemenst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bemenst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bemenst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bemenst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bemenst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bemenst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bemenst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bemenst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bemenst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bemenst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bemenst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bemensen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bemenst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bemensen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bemenst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bemenst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bemenst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bemenst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bemenst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bemenst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bemenst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bemenst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bemenst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bemenst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bemenst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bemenst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bemenst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bemenst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bemenst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bemenst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bemenst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bemenst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bemenst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bemenst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bemensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bemensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bemensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bemenst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bemenst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bemenst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bemenst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bemenst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bemenst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bemensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bemensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bemensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bemenst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bemenst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bemenst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bemenst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bemenst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bemenst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bemensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bemensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bemensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bemenst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bemenst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bemenst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bemenst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bemenst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bemenst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bemensen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bemenst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bemenst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bemensen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bemensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bemensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bemensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bemenst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bemenst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bemenst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bemenst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bemenst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bemenst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bemensen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bemenst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bemenst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bemenst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van mens met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bemensen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bemens gebiedende wijs bemensen
bemense aanvoegende wijs bemensen
bemensend onvoltooid deelwoord bemensen
bemensende woordvorm bemensen
bemenst voltooid deelwoord bemensen
bemenste verleden tijd bemensen
bemensten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bemensen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bemensen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bemensen

Wat betekent bemensen?
Bemensen is een werkwoord. Het woord betekent: van het benodigde personeel voorzien.
Hoe vervoeg je bemensen?
Je vervoegt bemensen als volgt: de tegenwoordige tijd is bemens, de verleden tijd is bemenste en het voltooid deelwoord is bemenst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bemensen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bemensen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bemensen in het kort

bemensen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bemensen zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bemensen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bemensen: van het benodigde personeel voorzien
Deel bemensen — standaardnederlands.nl