bematten
werkwoordBetekenis
- bedekken met matten
Vervoeging van bematten
bemattenhele werkwoord — bematteverleden tijd enkelvoud — bematvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bemat | bematte |
| jij | bemat | bematte |
| hij, zij, het | bemat | bematte |
| wij | bematten | — |
| jullie | bematten | — |
| zij | bematten | — |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bemat | gebiedende wijs |
| bemat | verleden tijd, deelwoord |
| bemat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bematte | verleden tijd |
| bematte | aanvoegende wijs |
| bemattend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bemat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bemat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bemat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bemat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bemat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bemat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bemat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bematten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bemat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bematten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bematten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van bematten
Vervoeging van bematten
bemattenhele werkwoord — bematteverleden tijd enkelvoud — bematvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bemat | bematte |
| jij | bemat | bematte |
| hij, zij, het | bemat | bematte |
| wij | bematten | — |
| jullie | bematten | — |
| zij | bematten | — |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bemat | gebiedende wijs |
| bemat | verleden tijd, deelwoord |
| bemat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bematte | verleden tijd |
| bematte | aanvoegende wijs |
| bemattend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bemat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bemat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bemat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bemat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bemat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bemat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bemat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bematten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bemat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bematten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bemat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bematten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bematten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bemat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bematten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van matten met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bematten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bematte | verleden tijd | bematten |
| bemattend | onvoltooid deelwoord | bematten |
| bemattende | woordvorm | bematten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bematten zijn vastgelegd.