bemalen
werkwoordBetekenis
- met een watermolen, gemaal of pomp ontdoen van overtollig water
Woordvorm
- met een watermolen, gemaal of pomp ontdoen van overtollig water
- voltooid deelwoord van bemalen
Vervoeging van bemalen
bemalenhele werkwoord — bemaaldeverleden tijd enkelvoud — bemaaldenverleden tijd meervoud — bemalenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bemaal | bemaalde |
| jij | bemaalt | bemaalde |
| hij, zij, het | bemaalt | bemaalde |
| wij | bemalen | bemaalden |
| jullie | bemalen | bemaalden |
| zij | bemalen | bemaalden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bemaal | gebiedende wijs |
| bemaalde | verleden tijd |
| bemale | aanvoegende wijs |
| bemalen | verleden tijd, deelwoord |
| bemalen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bemalen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bemalen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemalen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemalen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemalen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bemalen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bemalen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemalen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemalen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemalend | onvoltooid, deelwoord |
| ben bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bemalen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bemalen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bemalen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bemalen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bemalen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bemalen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bemalen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bemalen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bemalen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bemalen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bemalen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bemalen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bemalen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bemalen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bemalen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemalen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bemalen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bemalen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bemalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bemalen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bemalen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bemalen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bemalen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bemalen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bemalen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bemalen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bemalen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bemalen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bemalen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bemalen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bemalen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bemalen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bemalen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bemalen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bemalen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bemalen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bemalen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bemalen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bemalen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bemalen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemalen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bemalen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bemalen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemalen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bemalen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bemalen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemalen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemalen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemalen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemalen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemalen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bemalen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemalen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemalen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemalen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemalen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemalen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bemalen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemalen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bemalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bemalen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemalen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemalen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemalen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemalen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemalen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bemalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bemalen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemalen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemalen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
[1] afgeleid van malen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bemalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bemaal | gebiedende wijs | bemalen |
| bemaalde | verleden tijd | bemalen |
| bemaalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bemalen |
| bemaalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bemalen |
| bemale | aanvoegende wijs | bemalen |
| bemalend | onvoltooid deelwoord | bemalen |
| bemalende | woordvorm | bemalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bemalen zijn vastgelegd.