bekronen
werkwoordBetekenis
- belonen voor uitmuntendheid
- met: eindigen met een mooie afronding
werkwoord
- ~ met: eindigen met een mooie afronding
Vervoeging van bekronen
bekronenhele werkwoord — bekroondeverleden tijd enkelvoud — bekroondenverleden tijd meervoud — bekroondvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bekroon | bekroonde |
| jij | bekroont | bekroonde |
| hij, zij, het | bekroont | bekroonde |
| wij | bekronen | bekroonden |
| jullie | bekronen | bekroonden |
| zij | bekronen | bekroonden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bekrone | aanvoegende wijs |
| bekronend | onvoltooid, deelwoord |
| bekroon | gebiedende wijs |
| bekroond | verleden tijd, deelwoord |
| bekroond te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekroond te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bekroond te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekroond te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekroond te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bekroond worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekroond zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bekroond zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekroond zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekroond zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bekroonde | verleden tijd |
| ben bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bekroond | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bekroond | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bekroond | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bekroond | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bekroond worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bekroond zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bekroond worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bekroond zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bekroond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bekroond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bekroond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bekroond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bekroond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bekroond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bekroond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekroond | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bekronen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bekroond | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bekronen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bekroond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bekroond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bekroond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bekroond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bekroond | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bekroond | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bekroond | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bekroond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bekroond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bekroond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bekroond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bekroond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bekroond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bekroond | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bekroond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bekroond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bekroond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bekroond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bekroond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bekroond | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bekroond hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekroond hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bekroond hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bekroond zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bekroond zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bekroond | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bekroond hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekroond hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekroond hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekroond zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bekroond zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bekroond zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bekroond hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekroond hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekroond hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bekroond zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bekroond zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bekroond zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bekroond hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bekroond zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bekronen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bekroond hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekroond hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekroond hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bekroond zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bekroond zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bekroond zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bekronen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bekroond hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekroond worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bekroond zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van kronen met het voorvoegsel be- of afgeleid van kroon met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bekronen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bekrone | aanvoegende wijs | bekronen |
| bekronend | onvoltooid deelwoord | bekronen |
| bekronende | woordvorm | bekronen |
| bekroon | gebiedende wijs | bekronen |
| bekroond | voltooid deelwoord | bekronen |
| bekroonde | verleden tijd | bekronen |
| bekroonden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bekronen |
| bekroont | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bekronen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekronen zijn vastgelegd.