Naar de inhoud

bekomen

een goede of slechte uitwerking hebben

bekomen

werkwoord

Betekenis

  1. een goede of slechte uitwerking hebben
  2. herstellen
  3. in eigendom krijgen*

Vervoeging van bekomen

bekomenhele werkwoord — bekwamverleden tijd enkelvoud — bekwamenverleden tijd meervoud — bekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bekom bekwam
jij bekomt bekwaamt
hij, zij, het bekomt bekwam
wij bekomen bekwamen
jullie bekomen bekwamen
zij bekomen bekwamen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bekom gebiedende wijs
bekome aanvoegende wijs
bekomen verleden tijd, deelwoord
bekomen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bekomen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bekomen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekomen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekomen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekomen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bekomen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bekomen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekomen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekomen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekomend onvoltooid, deelwoord
bekwam verleden tijd
ben bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bekomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bekomen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bekomen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bekomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bekomen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bekomen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bekomen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bekomen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bekomen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bekomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bekomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van bekomen

Vervoeging van bekomen

bekomenhele werkwoord — bekwamverleden tijd enkelvoud — bekwamenverleden tijd meervoud — bekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bekom bekwam
jij bekomt bekwaamt
hij, zij, het bekomt bekwam
wij bekomen bekwamen
jullie bekomen bekwamen
zij bekomen bekwamen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bekom gebiedende wijs
bekome aanvoegende wijs
bekomen verleden tijd, deelwoord
bekomen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bekomen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bekomen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekomen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekomen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bekomen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bekomen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bekomen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekomen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekomen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bekomend onvoltooid, deelwoord
bekwam verleden tijd
ben bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bekomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bekomen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bekomen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bekomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bekomen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bekomen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bekomen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bekomen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bekomen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bekomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bekomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bekomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bekomen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bekomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bekomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bekomen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bekomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van komen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bekomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bekom gebiedende wijs bekomen
bekome aanvoegende wijs bekomen
bekomend onvoltooid deelwoord bekomen
bekomende woordvorm bekomen
bekomt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bekomen
bekwam verleden tijd bekomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bekomen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bekomen

Wat betekent bekomen?
Bekomen is een werkwoord. Het woord betekent: een goede of slechte uitwerking hebben. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bekomen?
Je vervoegt bekomen als volgt: de tegenwoordige tijd is bekom, de verleden tijd is bekwam en het voltooid deelwoord is bekomen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bekomen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. K 3
  4. O 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bekomen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. K 3
  4. O 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

bekomen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bekomen in het kort

bekomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bekomen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bekomen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bekomen: een goede of slechte uitwerking hebben
Deel bekomen — standaardnederlands.nl