Naar de inhoud

beknibbelen

~ op relatief kleine verlagingen op een begroting toepassen

beknibbelen

werkwoord

Betekenis

  1. ~ op relatief kleine verlagingen op een begroting toepassen
  2. op een kleingeestige of schraperige manier ondermijnen

Vervoeging van beknibbelen

beknibbelenhele werkwoord — beknibbeldeverleden tijd enkelvoud — beknibbeldenverleden tijd meervoud — beknibbeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beknibbel beknibbelde
jij beknibbelt beknibbelde
hij, zij, het beknibbelt beknibbelde
wij beknibbelen beknibbelden
jullie beknibbelen beknibbelden
zij beknibbelen beknibbelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beknibbel gebiedende wijs
beknibbeld verleden tijd, deelwoord
beknibbeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beknibbeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beknibbeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beknibbeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beknibbeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beknibbeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beknibbeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beknibbeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beknibbeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beknibbeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beknibbelde verleden tijd
beknibbele aanvoegende wijs
beknibbelend onvoltooid, deelwoord
ben beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is beknibbeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beknibbeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beknibbeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beknibbeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beknibbeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beknibbeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beknibbeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beknibbeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beknibbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beknibbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beknibbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beknibbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beknibbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beknibbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beknibbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beknibbeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beknibbelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beknibbeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beknibbelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beknibbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beknibbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beknibbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beknibbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beknibbeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beknibbeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beknibbeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beknibbeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beknibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beknibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beknibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beknibbeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beknibbeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beknibbeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beknibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beknibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beknibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beknibbeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beknibbeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beknibbeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden beknibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beknibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beknibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beknibbeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beknibbeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beknibbeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt beknibbeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beknibbeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen beknibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beknibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beknibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beknibbeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beknibbeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beknibbeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beknibbelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult beknibbeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beknibbeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beknibbeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beknibbelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van knibbelen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beknibbelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beknibbel gebiedende wijs beknibbelen
beknibbeld voltooid deelwoord beknibbelen
beknibbelde verleden tijd beknibbelen
beknibbelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beknibbelen
beknibbele aanvoegende wijs beknibbelen
beknibbelend onvoltooid deelwoord beknibbelen
beknibbelende woordvorm beknibbelen
beknibbelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beknibbelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beknibbelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over beknibbelen

Wat betekent beknibbelen?
Beknibbelen is een werkwoord. Het woord betekent: ~ op relatief kleine verlagingen op een begroting toepassen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je beknibbelen?
Je vervoegt beknibbelen als volgt: de tegenwoordige tijd is beknibbel, de verleden tijd is beknibbelde en het voltooid deelwoord is beknibbeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beknibbelen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. K 3
  4. N 1
  5. I 1
  6. B 3
  7. B 3
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beknibbelen levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. K 3
  4. N 1
  5. I 2
  6. B 4
  7. B 4
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beknibbelen in het kort

beknibbelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van beknibbelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beknibbelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beknibbelen: ~ op relatief kleine verlagingen op een begroting toepassen
Deel beknibbelen — standaardnederlands.nl