Naar de inhoud

bejubelen

iets of iemand uitgebreid prijzen

bejubelen

werkwoord

Betekenis

  1. iets of iemand uitgebreid prijzen

Vervoeging van bejubelen

bejubelenhele werkwoord — bejubeldeverleden tijd enkelvoud — bejubeldenverleden tijd meervoud — bejubeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bejubel bejubelde
jij bejubelt bejubelde
hij, zij, het bejubelt bejubelde
wij bejubelen bejubelden
jullie bejubelen bejubelden
zij bejubelen bejubelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bejubel gebiedende wijs
bejubeld verleden tijd, deelwoord
bejubeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bejubeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bejubeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bejubeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bejubeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bejubeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bejubeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bejubeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bejubeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bejubeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bejubelde verleden tijd
bejubele aanvoegende wijs
bejubelend onvoltooid, deelwoord
ben bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bejubeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bejubeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bejubeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bejubeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bejubeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bejubeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bejubeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bejubeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bejubeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bejubeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bejubeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bejubeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bejubeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bejubeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bejubeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bejubeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bejubelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bejubeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bejubelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bejubeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bejubeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bejubeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bejubeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bejubeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bejubeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bejubeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bejubeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bejubeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bejubeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bejubeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bejubeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bejubeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bejubeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bejubeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bejubeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bejubeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bejubeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bejubeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bejubeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bejubeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bejubeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bejubeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bejubeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bejubeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bejubeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bejubeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bejubeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bejubeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bejubeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bejubeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bejubeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bejubelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bejubeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bejubeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bejubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van jubelen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bejubelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bejubel gebiedende wijs bejubelen
bejubeld voltooid deelwoord bejubelen
bejubelde verleden tijd bejubelen
bejubelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bejubelen
bejubele aanvoegende wijs bejubelen
bejubelend onvoltooid deelwoord bejubelen
bejubelende woordvorm bejubelen
bejubelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bejubelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bejubelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bejubelen

Wat is de betekenis van bejubelen?
Bejubelen is een werkwoord. De betekenis is: iets of iemand uitgebreid prijzen.
Hoe vervoeg ik bejubelen?
Zo vervoeg je bejubelen zo: de tegenwoordige tijd is bejubel, de verleden tijd is bejubelde en het voltooid deelwoord is bejubeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bejubelen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. J 4
  4. U 4
  5. B 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bejubelen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. J 4
  4. U 2
  5. B 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bejubelen in het kort

bejubelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bejubelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bejubelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bejubelen: iets of iemand uitgebreid prijzen
Deel bejubelen — standaardnederlands.nl