Naar de inhoud

begieten

iets ~: ergens een vloeistof over gooien

begieten

werkwoord

Betekenis

  1. iets ~: ergens een vloeistof over gooien
  2. vlees vochtig houden tijdens braden of bakken

Vervoeging van begieten

begietenhele werkwoord — begootverleden tijd enkelvoud — begotenverleden tijd meervoud — begotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik begiet begoot
jij begiet begoot
hij, zij, het begiet begoot
wij begieten begoten
jullie begieten begoten
zij begieten begoten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
begiet gebiedende wijs
begiete aanvoegende wijs
begietend onvoltooid, deelwoord
begoot verleden tijd
begoten verleden tijd, deelwoord
begoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
begoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
begoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ben begoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent begoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is begoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was begoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd begoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt begoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal begoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal begoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou begoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou begoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had begoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had begoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had begoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden begoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden begoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden begoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt begoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb begoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben begoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben begoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt begoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is begoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is begoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te begieten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben begoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen begieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart begoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren begoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was begoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was begoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was begoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd begoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd begoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd begoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden begoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden begoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden begoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt begoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word begoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden begoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden begoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden begoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt begoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt begoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal begieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal begieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal begieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal begoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal begoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal begoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn begoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn begoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn begoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt begoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou begieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou begieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou begieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou begoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou begoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden begoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt begieten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt begoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen begieten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen begieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen begoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen begoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen begoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen begoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen begoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen begoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult begieten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult begoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult begoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van gieten met het voorvoegsel be-.

Woordfamilie van begieten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
begiet gebiedende wijs begieten
begiete aanvoegende wijs begieten
begietend onvoltooid deelwoord begieten
begietende woordvorm begieten
begoot verleden tijd begieten
begoten voltooid deelwoord begieten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begieten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over begieten

Wat is de betekenis van begieten?
Begieten is een werkwoord. De betekenis is: iets ~: ergens een vloeistof over gooien. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik begieten?
Zo vervoeg je begieten zo: de tegenwoordige tijd is begiet, de verleden tijd is begoot en het voltooid deelwoord is begoten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord begieten is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. G 3
  4. I 1
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

begieten levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. G 3
  4. I 2
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

begieten in het kort

begieten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van begieten staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort begieten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

begieten: iets ~: ergens een vloeistof over gooien
Deel begieten — standaardnederlands.nl