Naar de inhoud

begeven

zich ~: ergens heen gaan vaak op een plechtige of feestelijke manier

begeven

werkwoord

Betekenis

  1. zich ~: ergens heen gaan vaak op een plechtige of feestelijke manier
  2. het ~: niet langer aan de druk weerstand kunnen bieden
  3. in de steek laten, verlaten

Vervoeging van begeven

begevenhele werkwoord — begafverleden tijd enkelvoud — begavenverleden tijd meervoud — begevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik begeef begaf
jij begeeft begaaft
hij, zij, het begeeft begaf
wij begeven begaven
jullie begeven begaven
zij begeven begaven
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
begaaft u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
begaaft u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
begaf verleden tijd
begaf je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
begaf me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
begaf zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
begaf zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
begaf zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
begaven je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
begaven ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
begaven zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
begeef gebiedende wijs
begeef me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
begeef u/je , begeeft je gebiedende wijs
begeeft je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
begeeft u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
begeeft u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begeeft zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
begeeft zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
begeeft zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begeve aanvoegende wijs
begeve zich aanvoegende wijs
begeven verleden tijd, deelwoord
begeven je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begeven ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
begeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begeven zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
begeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begevend onvoltooid, deelwoord
ben begeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is begeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was begeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd begeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt begeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal begeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal begeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou begeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou begeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had begeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had begeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had begeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden begeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden begeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden begeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt begeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb begeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben begeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben begeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is begeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te begeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben begeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen begeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart begeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren begeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was begeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was begeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was begeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word begeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden begeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden begeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden begeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt begeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt begeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal begeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal begeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal begeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal begeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal begeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal begeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me begeven eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich begeven derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je begeven tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich begeven hebben verleden tijd
zich begevend onvoltooid, deelwoord
zijn begeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn begeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen begeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen begeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van begeven

Vervoeging van begeven

begevenhele werkwoord — begafverleden tijd enkelvoud — begavenverleden tijd meervoud — begevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik begeef begaf
jij begeeft begaaft
hij, zij, het begeeft begaf
wij begeven begaven
jullie begeven begaven
zij begeven begaven
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
begaaft u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
begaaft u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
begaf verleden tijd
begaf je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
begaf me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
begaf zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
begaf zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
begaf zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
begaven je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
begaven ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
begaven zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
begeef gebiedende wijs
begeef me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
begeef u/je , begeeft je gebiedende wijs
begeeft je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
begeeft u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
begeeft u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begeeft zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
begeeft zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
begeeft zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begeve aanvoegende wijs
begeve zich aanvoegende wijs
begeven verleden tijd, deelwoord
begeven je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begeven ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
begeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begeven zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
begeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begevend onvoltooid, deelwoord
ben begeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is begeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was begeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd begeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt begeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal begeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal begeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou begeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou begeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had begeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had begeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had begeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden begeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden begeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden begeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt begeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb begeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben begeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben begeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is begeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te begeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben begeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen begeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart begeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren begeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was begeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was begeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was begeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt begeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word begeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden begeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden begeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden begeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt begeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt begeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal begeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal begeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal begeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal begeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal begeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal begeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me begeven eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich begeven derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je begeven tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich begeven hebben verleden tijd
zich begevend onvoltooid, deelwoord
zijn begeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn begeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt begeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt begeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt begeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen begeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen begeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Herkomst

afgeleid van geven met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van begeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
begaaft aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon begeven
begaf verleden tijd begeven
begaven aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon begeven
begeef gebiedende wijs begeven
begeeft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon begeven
begeve aanvoegende wijs begeven
begevend onvoltooid deelwoord begeven
begevende woordvorm begeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over begeven

Wat betekent begeven?
Begeven is een werkwoord. Het woord betekent: zich ~: ergens heen gaan vaak op een plechtige of feestelijke manier. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je begeven?
Je vervoegt begeven als volgt: de tegenwoordige tijd is begeef, de verleden tijd is begaf en het voltooid deelwoord is begeven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord begeven is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

begeven levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. G 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

begeven telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

begeven in het kort

begeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van begeven zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort begeven bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

begeven: zich ~: ergens heen gaan vaak op een plechtige of feestelijke manier
Deel begeven — standaardnederlands.nl