bedwateren
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- tijdens de slaap urineren
- het tijdens de slaap urineren
Vervoeging van bedwateren
bedwaterenhele werkwoord — bedwaterdeverleden tijd enkelvoud — bedwaterdenverleden tijd meervoud — gebedwaterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bedwater | bedwaterde |
| jij | bedwatert | bedwaterde |
| hij, zij, het | bedwatert | bedwaterde |
| wij | bedwateren | bedwaterden |
| jullie | bedwateren | bedwaterden |
| zij | bedwateren | bedwaterden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bedwater | gebiedende wijs |
| bedwaterde | verleden tijd |
| bedwatere | aanvoegende wijs |
| bedwaterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gebedwaterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebedwaterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebedwaterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebedwaterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebedwaterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebedwaterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebedwaterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebedwaterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebedwaterd | verleden tijd, deelwoord |
| gebedwaterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebedwaterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebedwaterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebedwaterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebedwaterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebedwaterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebedwaterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebedwaterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebedwaterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebedwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebedwaterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebedwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebedwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebedwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebedwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebedwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebedwaterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bedwateren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebedwaterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bedwateren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebedwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebedwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebedwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebedwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebedwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebedwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebedwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebedwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebedwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebedwaterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bedwateren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebedwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebedwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebedwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bedwateren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebedwaterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- aandoening waarbij men tijdens de slaap urineert
Herkomst
samenstelling van bed zn en wateren ww
Woordfamilie van bedwateren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedwater | gebiedende wijs | bedwateren |
| bedwaterde | verleden tijd | bedwateren |
| bedwaterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bedwateren |
| bedwaterend | onvoltooid deelwoord | bedwateren |
| bedwaterende | woordvorm | bedwateren |
| bedwatert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bedwateren |
| gebedwaterd | voltooid deelwoord | bedwateren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedwateren zijn vastgelegd.