bedwelmen
werkwoordBetekenis
- iemands bewustzijn verminderen of laten verliezen door blootstelling aan een bepaalde stof, benevelen
Vervoeging van bedwelmen
bedwelmenhele werkwoord — bedwelmdeverleden tijd enkelvoud — bedwelmdenverleden tijd meervoud — bedwelmdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bedwelm | bedwelmde |
| jij | bedwelmt | bedwelmde |
| hij, zij, het | bedwelmt | bedwelmde |
| wij | bedwelmen | bedwelmden |
| jullie | bedwelmen | bedwelmden |
| zij | bedwelmen | bedwelmden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bedwelm | gebiedende wijs |
| bedwelmd | verleden tijd, deelwoord |
| bedwelmd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedwelmd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedwelmd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedwelmd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedwelmd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedwelmd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedwelmd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedwelmd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedwelmd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedwelmd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedwelmde | verleden tijd |
| bedwelme | aanvoegende wijs |
| bedwelmend | onvoltooid, deelwoord |
| ben bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bedwelmd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bedwelmd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bedwelmd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bedwelmd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bedwelmd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bedwelmd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bedwelmd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bedwelmd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bedwelmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bedwelmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bedwelmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bedwelmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bedwelmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bedwelmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bedwelmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedwelmd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bedwelmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bedwelmd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bedwelmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bedwelmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedwelmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bedwelmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedwelmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bedwelmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bedwelmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bedwelmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bedwelmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bedwelmd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedwelmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bedwelmd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bedwelmd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedwelmd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bedwelmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bedwelmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedwelmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedwelmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedwelmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedwelmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedwelmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bedwelmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedwelmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedwelmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedwelmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedwelmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedwelmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bedwelmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedwelmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bedwelmd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedwelmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedwelmd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedwelmd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedwelmd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedwelmd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedwelmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bedwelmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedwelmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedwelmd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedwelmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘benevelen’ voor het eerst aangetroffen in 1401
Woordfamilie van bedwelmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedwelm | gebiedende wijs | bedwelmen |
| bedwelmden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bedwelmen |
| bedwelme | aanvoegende wijs | bedwelmen |
| bedwelmt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bedwelmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedwelmen zijn vastgelegd.