Naar de inhoud

bedrukken

een tekst of afbeelding op iets aanbrengen door een drukproces

bedrukken

werkwoord

Betekenis

  1. een tekst of afbeelding op iets aanbrengen door een drukproces
  2. somber stemmen

Vervoeging van bedrukken

bedrukkenhele werkwoord — bedrukteverleden tijd enkelvoud — bedruktenverleden tijd meervoud — bedruktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bedruk bedrukte
jij bedrukt bedrukte
hij, zij, het bedrukt bedrukte
wij bedrukken bedrukten
jullie bedrukken bedrukten
zij bedrukken bedrukten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bedruk gebiedende wijs
bedrukke aanvoegende wijs
bedrukkend onvoltooid, deelwoord
bedrukt verleden tijd, deelwoord
bedrukt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bedrukt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bedrukt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bedrukt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bedrukt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bedrukt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bedrukt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bedrukt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bedrukt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bedrukt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bedrukte verleden tijd
ben bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bedrukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bedrukt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bedrukt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bedrukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bedrukt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bedrukt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bedrukt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bedrukt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bedrukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bedrukken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bedrukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bedrukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bedrukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bedrukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bedrukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bedrukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bedrukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bedrukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bedrukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bedrukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bedrukken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bedrukken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bedrukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bedrukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bedrukt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van drukken met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bedrukken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bedruk gebiedende wijs bedrukken
bedrukke aanvoegende wijs bedrukken
bedrukkend onvoltooid deelwoord bedrukken
bedrukkende woordvorm bedrukken
bedrukten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bedrukken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedrukken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bedrukken

Wat betekent bedrukken?
Bedrukken is een werkwoord. Het woord betekent: een tekst of afbeelding op iets aanbrengen door een drukproces. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bedrukken?
Je vervoegt bedrukken als volgt: de tegenwoordige tijd is bedruk, de verleden tijd is bedrukte en het voltooid deelwoord is bedrukt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bedrukken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. D 2
  4. R 2
  5. U 4
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bedrukken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. D 2
  4. R 2
  5. U 2
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bedrukken in het kort

bedrukken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bedrukken zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bedrukken bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bedrukken: een tekst of afbeelding op iets aanbrengen door een drukproces
Deel bedrukken — standaardnederlands.nl