bedrukken
werkwoordBetekenis
- een tekst of afbeelding op iets aanbrengen door een drukproces
- somber stemmen
Vervoeging van bedrukken
bedrukkenhele werkwoord — bedrukteverleden tijd enkelvoud — bedruktenverleden tijd meervoud — bedruktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bedruk | bedrukte |
| jij | bedrukt | bedrukte |
| hij, zij, het | bedrukt | bedrukte |
| wij | bedrukken | bedrukten |
| jullie | bedrukken | bedrukten |
| zij | bedrukken | bedrukten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bedruk | gebiedende wijs |
| bedrukke | aanvoegende wijs |
| bedrukkend | onvoltooid, deelwoord |
| bedrukt | verleden tijd, deelwoord |
| bedrukt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedrukt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedrukt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedrukt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedrukt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedrukt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedrukt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedrukt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedrukt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedrukt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedrukte | verleden tijd |
| ben bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bedrukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bedrukt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bedrukt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bedrukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bedrukt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bedrukt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bedrukt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bedrukt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedrukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bedrukken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bedrukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bedrukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bedrukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bedrukken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van drukken met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bedrukken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedruk | gebiedende wijs | bedrukken |
| bedrukke | aanvoegende wijs | bedrukken |
| bedrukkend | onvoltooid deelwoord | bedrukken |
| bedrukkende | woordvorm | bedrukken |
| bedrukten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bedrukken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedrukken zijn vastgelegd.