bedruipen
werkwoordBetekenis
- druppelsgewijs vochtig houden
- zich ~: zich redden, voor zichzelf zorgen
Vervoeging van bedruipen
bedruipenhele werkwoord — bedroopverleden tijd enkelvoud — bedropenverleden tijd meervoud — bedropenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bedruip | bedroop |
| jij | bedruipt | bedroop |
| hij, zij, het | bedruipt | bedroop |
| wij | bedruipen | bedropen |
| jullie | bedruipen | bedropen |
| zij | bedruipen | bedropen |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bedroop | verleden tijd |
| bedroop je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bedroop me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bedroop u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| bedroop u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedroop zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bedroop zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| bedroop zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedropen | verleden tijd, deelwoord |
| bedropen je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedropen ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedropen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedropen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedropen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedropen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedropen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedropen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedropen zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| bedropen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedropen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedropen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedropen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedruip | gebiedende wijs |
| bedruip me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bedruip u/je , bedruipt je | gebiedende wijs |
| bedruipe | aanvoegende wijs |
| bedruipe zich | aanvoegende wijs |
| bedruipen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bedruipen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bedruipen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bedruipend | onvoltooid, deelwoord |
| bedruipt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bedruipt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bedruipt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bedruipt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bedruipt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bedruipt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| ben bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bedropen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bedropen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bedropen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bedropen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bedropen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bedropen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bedropen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bedropen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bedropen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bedropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bedropen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bedropen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bedropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bedropen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bedropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedropen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bedruipen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bedropen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bedruipen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bedropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedropen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bedropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedropen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bedropen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bedropen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bedropen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bedropen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bedropen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bedropen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bedropen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bedropen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bedropen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bedropen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bedropen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedropen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bedropen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bedropen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedropen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedruipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bedruipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bedruipen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal me bedruipen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich bedruipen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je bedruipen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich bedropen hebben | verleden tijd |
| zich bedruipend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bedropen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bedropen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedropen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedropen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedruipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bedruipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bedruipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bedropen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedropen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedropen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedruipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedruipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedruipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bedropen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedropen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedruipen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bedropen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedropen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedropen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedropen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘zich(zelf), financieel voor zichzelf kunnen zorgen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1539
Woordfamilie van bedruipen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedroop | verleden tijd | bedruipen |
| bedropen | voltooid deelwoord | bedruipen |
| bedruip | gebiedende wijs | bedruipen |
| bedruipe | aanvoegende wijs | bedruipen |
| bedruipend | onvoltooid deelwoord | bedruipen |
| bedruipende | woordvorm | bedruipen |
| bedruipt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bedruipen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedruipen zijn vastgelegd.