Naar de inhoud

bedruipen

druppelsgewijs vochtig houden

bedruipen

werkwoord

Betekenis

  1. druppelsgewijs vochtig houden
  2. zich ~: zich redden, voor zichzelf zorgen

Vervoeging van bedruipen

bedruipenhele werkwoord — bedroopverleden tijd enkelvoud — bedropenverleden tijd meervoud — bedropenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bedruip bedroop
jij bedruipt bedroop
hij, zij, het bedruipt bedroop
wij bedruipen bedropen
jullie bedruipen bedropen
zij bedruipen bedropen
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bedroop verleden tijd
bedroop je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bedroop me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
bedroop u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
bedroop u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bedroop zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
bedroop zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
bedroop zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bedropen verleden tijd, deelwoord
bedropen je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
bedropen ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
bedropen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bedropen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bedropen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bedropen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bedropen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bedropen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bedropen zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
bedropen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bedropen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bedropen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bedropen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bedruip gebiedende wijs
bedruip me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bedruip u/je , bedruipt je gebiedende wijs
bedruipe aanvoegende wijs
bedruipe zich aanvoegende wijs
bedruipen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bedruipen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bedruipen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bedruipend onvoltooid, deelwoord
bedruipt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bedruipt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bedruipt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
bedruipt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
bedruipt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
bedruipt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ben bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bedropen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bedropen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bedropen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bedropen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bedropen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bedropen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bedropen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bedropen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bedropen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bedropen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bedropen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bedropen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bedropen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bedropen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bedropen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bedropen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bedruipen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bedropen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bedruipen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bedropen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bedropen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bedropen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bedropen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bedropen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bedropen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bedropen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bedropen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bedropen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bedropen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bedropen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bedropen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bedropen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bedropen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bedropen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bedropen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bedropen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bedropen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bedropen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bedropen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bedropen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bedropen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bedropen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bedropen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bedropen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bedropen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bedropen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bedruipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bedruipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bedruipen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me bedruipen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich bedruipen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je bedruipen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich bedropen hebben verleden tijd
zich bedruipend onvoltooid, deelwoord
zijn bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bedropen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bedropen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bedropen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bedropen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bedropen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bedropen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bedropen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bedropen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bedropen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bedropen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bedruipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bedruipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bedruipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bedropen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bedropen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bedropen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bedropen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bedropen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bedropen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bedropen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bedropen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bedropen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bedruipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bedruipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bedruipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bedropen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bedropen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bedropen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bedruipen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bedropen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bedropen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bedropen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bedropen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘zich(zelf), financieel voor zichzelf kunnen zorgen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1539

Woordfamilie van bedruipen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bedroop verleden tijd bedruipen
bedropen voltooid deelwoord bedruipen
bedruip gebiedende wijs bedruipen
bedruipe aanvoegende wijs bedruipen
bedruipend onvoltooid deelwoord bedruipen
bedruipende woordvorm bedruipen
bedruipt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bedruipen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedruipen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bedruipen

Wat is de betekenis van bedruipen?
Bedruipen is een werkwoord. De betekenis is: druppelsgewijs vochtig houden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bedruipen?
Zo vervoeg je bedruipen zo: de tegenwoordige tijd is bedruip, de verleden tijd is bedroop en het voltooid deelwoord is bedropen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bedruipen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. D 2
  4. R 2
  5. U 4
  6. I 1
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bedruipen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. D 2
  4. R 2
  5. U 2
  6. I 2
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bedruipen in het kort

bedruipen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bedruipen staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bedruipen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bedruipen: druppelsgewijs vochtig houden
Deel bedruipen — standaardnederlands.nl