bebroeden
werkwoordBetekenis
- (van eieren) met het lichaam warm houden
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
werkwoord
- met het lichaam warm houden transitive
Vervoeging van bebroeden
bebroedenhele werkwoord — bebroeddeverleden tijd enkelvoud — bebroeddenverleden tijd meervoud — bebroedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bebroed | bebroedde |
| jij | bebroedt | bebroedde |
| hij, zij, het | bebroedt | bebroedde |
| wij | bebroeden | bebroedden |
| jullie | bebroeden | bebroedden |
| zij | bebroeden | bebroedden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bebroed | gebiedende wijs |
| bebroed | verleden tijd, deelwoord |
| bebroed te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bebroed te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bebroed te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bebroed te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bebroed te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bebroed worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bebroed zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bebroed zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bebroed zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bebroed zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bebroedde | verleden tijd |
| bebroede | aanvoegende wijs |
| bebroedend | onvoltooid, deelwoord |
| ben bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bebroed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bebroed | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bebroed | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bebroed | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bebroed worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bebroed zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bebroed worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bebroed zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bebroed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bebroed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bebroed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bebroed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bebroed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bebroed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bebroed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bebroed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bebroeden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bebroed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bebroeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bebroed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bebroed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bebroed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bebroed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bebroed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bebroed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bebroed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bebroed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bebroed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bebroed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bebroed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bebroed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bebroed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bebroed | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bebroed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bebroed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bebroed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bebroed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bebroed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bebroed | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bebroed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bebroed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bebroed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bebroed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bebroed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bebroed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bebroed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bebroed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bebroed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bebroed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bebroed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bebroed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bebroed hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bebroed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bebroed hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bebroed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bebroed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bebroed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bebroed hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bebroed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bebroed hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bebroed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bebroed hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bebroed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bebroed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bebroed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bebroeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bebroed hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bebroed worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bebroed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bebroeden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van broeden met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bebroeden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bebroed | voltooid deelwoord | bebroeden |
| bebroedde | verleden tijd | bebroeden |
| bebroedden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bebroeden |
| bebroede | aanvoegende wijs | bebroeden |
| bebroedend | onvoltooid deelwoord | bebroeden |
| bebroedende | woordvorm | bebroeden |
| bebroedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bebroeden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bebroeden zijn vastgelegd.