Naar de inhoud

bebossen

met bomen bedekken

bebossen

werkwoord

Betekenis

  1. met bomen bedekken

Vervoeging van bebossen

bebossenhele werkwoord — bebosteverleden tijd enkelvoud — bebostenverleden tijd meervoud — bebostvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bebos beboste
jij bebost beboste
hij, zij, het bebost beboste
wij bebossen bebosten
jullie bebossen bebosten
zij bebossen bebosten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bebos gebiedende wijs
bebosse aanvoegende wijs
bebossend onvoltooid, deelwoord
bebost verleden tijd, deelwoord
bebost te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bebost te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bebost te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bebost te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bebost te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bebost worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bebost zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bebost zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bebost zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bebost zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beboste verleden tijd
ben bebost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bebost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bebost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bebost impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bebost impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bebost impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bebost worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bebost zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bebost worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bebost zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bebost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bebost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bebost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bebost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bebost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bebost voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bebost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bebost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bebost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bebost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bebost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bebost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bebost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bebost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bebost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bebost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bebost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bebossen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bebost actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bebossen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bebost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bebost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bebost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bebost voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bebost voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bebost voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bebost voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bebost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bebost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bebost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bebost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bebost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bebost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bebost enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bebost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bebost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bebost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bebost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bebost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bebost enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bebossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bebossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bebossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal bebost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bebost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bebost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bebost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bebost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bebost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bebost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn bebost voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bebost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bebost voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bebost voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bebossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bebossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bebossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou bebost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bebost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bebost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bebost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bebost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bebost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bebost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bebost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bebost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bebossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bebossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bebossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden bebost hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bebost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bebost hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bebost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bebost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bebost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bebost zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bebost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bebost zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bebossen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt bebost hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bebost worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bebost zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bebossen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bebossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bebossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bebossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen bebost hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bebost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bebost hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bebost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bebost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bebost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bebost zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bebost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bebost zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bebossen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult bebost hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bebost worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bebost zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van bos met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bebossen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bebos gebiedende wijs bebossen
bebosse aanvoegende wijs bebossen
bebossend onvoltooid deelwoord bebossen
bebossende woordvorm bebossen
bebosten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bebossen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bebossen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bebossen

Wat is de betekenis van bebossen?
Bebossen is een werkwoord. De betekenis is: met bomen bedekken.
Hoe vervoeg ik bebossen?
Zo vervoeg je bebossen zo: de tegenwoordige tijd is bebos, de verleden tijd is beboste en het voltooid deelwoord is bebost. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bebossen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. B 3
  4. O 1
  5. S 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bebossen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. B 4
  4. O 1
  5. S 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bebossen in het kort

bebossen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bebossen staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bebossen bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bebossen: met bomen bedekken
Deel bebossen — standaardnederlands.nl