bebost
werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met wouden bedekt
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bebossen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bebossen
- gebiedende wijs meervoud van bebossen
- voltooid deelwoord van bebossen
Vervoeging van bebost
bebosthele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van bebossen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel