baten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- helpen, van nut zijn
Vervoeging van baten
batenhele werkwoord — baatteverleden tijd enkelvoud — baattenverleden tijd meervoud — gebaatvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | baat | baatte |
| jij | baat | baatte |
| hij, zij, het | baat | baatte |
| wij | baten | baatten |
| jullie | baten | baatten |
| zij | baten | baatten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baat | gebiedende wijs |
| baatte | verleden tijd |
| bate | aanvoegende wijs |
| batend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebaat | verleden tijd, deelwoord |
| gebaat te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebaat zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebaat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebaat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebaat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebaat | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebaat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebaat | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebaat | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebaat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebaat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebaat | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebaat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebaat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebaat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebaat | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebaat | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te baten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebaat | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen baten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal baten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal baten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal baten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebaat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebaat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebaat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou baten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou baten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou baten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden baten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden baten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden baten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt baten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebaat hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen baten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen baten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen baten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen baten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebaat hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebaat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebaat hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult baten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebaat hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord baat
Herkomst
In de betekenis van ‘voordeel brengen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Woordfamilie van baten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baatte | verleden tijd | baten |
| baatten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | baten |
| batend | onvoltooid deelwoord | baten |
| batende | woordvorm | baten |
| gebaat | voltooid deelwoord | baten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baten zijn vastgelegd.