Naar de inhoud

basketballen

basketbal spelen

basketballen is meer dan één woord

basketballen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. basketbal spelen

Vervoeging van basketballen

basketballenhele werkwoord — basketbaldeverleden tijd enkelvoud — basketbaldenverleden tijd meervoud — gebasketbaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik basketbal basketbalde
jij basketbalt basketbalde
hij, zij, het basketbalt basketbalde
wij basketballen basketbalden
jullie basketballen basketbalden
zij basketballen basketbalden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
basketbal gebiedende wijs
basketbalde verleden tijd
basketballe aanvoegende wijs
basketballend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gebasketbald verleden tijd, deelwoord
gebasketbald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebasketbald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebasketbald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebasketbald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebasketbald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebasketbald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebasketbald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebasketbald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebasketbald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebasketbald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebasketbald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebasketbald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebasketbald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebasketbald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebasketbald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebasketbald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebasketbald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te basketballen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebasketbald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen basketballen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal basketballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal basketballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal basketballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebasketbald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebasketbald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebasketbald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou basketballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou basketballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou basketballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebasketbald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebasketbald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebasketbald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden basketballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden basketballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden basketballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebasketbald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebasketbald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebasketbald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt basketballen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebasketbald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen basketballen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen basketballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen basketballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen basketballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebasketbald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebasketbald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebasketbald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult basketballen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebasketbald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord basketbal

Herkomst

samenstelling van basket en ballen

Woordfamilie van basketballen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
basketbalde verleden tijd basketballen
basketbalden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon basketballen
basketballe aanvoegende wijs basketballen
basketballend onvoltooid deelwoord basketballen
basketballende woordvorm basketballen
basketbalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon basketballen
gebasketbald voltooid deelwoord basketballen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van basketballen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over basketballen

Wat is de betekenis van basketballen?
Basketballen is een werkwoord. De betekenis is: basketbal spelen.
Hoe vervoeg ik basketballen?
Zo vervoeg je basketballen zo: de tegenwoordige tijd is basketbal, de verleden tijd is basketbalde en het voltooid deelwoord is gebasketbald. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord basketballen is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. A 1
  3. S 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. B 3
  8. A 1
  9. L 3
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

basketballen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. A 1
  3. S 2
  4. K 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. B 4
  8. A 1
  9. L 3
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

basketballen in het kort

basketballen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van basketballen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort basketballen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

basketballen: basketbal spelen
Deel basketballen — standaardnederlands.nl