baseball
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈbezbɔːlBetekenis
- veldsport met twee ploegen, die om de beurt de gelegenheid hebben om punten te maken door een toegeworpen bal met een knuppel weg te slaan en dan langs de vier zijden van een vierkant naar het beginpunt terug te rennen, terwijl de andere ploeg deze bal probeert te vangen en met die bal spelers van de andere partij die niet op een hoekpunt van het vierkant staan uit te schakelen
- bal waarmee honkbal wordt gespeeld
- honkbal
Hoe spreek je baseball uit?
/ˈbezbɔl/
Baseball bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| e | veel |
| z | zon |
| ɔ | bot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baseballs | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baseballen
- gebiedende wijs van baseballen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baseballen
Vervoeging van baseball
baseballhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘honkbal’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van baseball
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baseballs | meervoud | baseball |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baseball zijn vastgelegd.