Naar de inhoud

barbecueën

een maaltijd bereiden op een open vuur in de open lucht, meestal gebruikt men houtskool als brandstof

barbecueën

werkwoord ˈbɑrbəˌkjuwə(n)

Betekenis

  1. een maaltijd bereiden op een open vuur in de open lucht, meestal gebruikt men houtskool als brandstof

Hoe spreek je barbecueën uit?

/ˈbɑrbəˌkjuwən/

Barbecueën bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbɑrbəˌkjuwən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ɑ bad
r rood
ə de
k kat
j ja
u boek
w quiz
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Klinkt hetzelfde als barbecuen.

Vervoeging van barbecueën

barbecueënhele werkwoord — barbecuedeverleden tijd enkelvoud — barbecuedenverleden tijd meervoud — gebarbecuedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik barbecue barbecuede
jij barbecuet barbecuede
hij, zij, het barbecuet barbecuede
wij barbecueën barbecueden
jullie barbecueën barbecueden
zij barbecueën barbecueden
Alle 65 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
BBQ'en
barbecue gebiedende wijs
barbecuede verleden tijd
barbecuen
barbecueë aanvoegende wijs
barbecueënd onvoltooid, deelwoord
er is gebarbecued impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebarbecued impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebarbecued impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebarbecued impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebarbecued worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebarbecued zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebarbecued worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebarbecued zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebarbecued verleden tijd, deelwoord
gebarbecued te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebarbecued zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebarbecued voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebarbecued voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebarbecued voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebarbecued voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebarbecued voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebarbecued voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebarbecued voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebarbecued voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebarbecued actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebarbecued voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebarbecued voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebarbecued voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebarbecued voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebarbecued voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebarbecued voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te barbecueën actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebarbecued actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen barbecueën actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebarbecued hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebarbecued hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebarbecued hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebarbecued hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebarbecued hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebarbecued hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebarbecued hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebarbecued hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebarbecued hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebarbecued hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen barbecueën actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebarbecued hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebarbecued hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebarbecued hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult barbecueën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebarbecued hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van barbecue met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van barbecueën

Woordvorm Relatie Afgeleid van
barbecuede verleden tijd barbecueën
barbecueden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon barbecueën
barbecuen woordvorm barbecueën
barbecuet aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon barbecueën
barbecueë aanvoegende wijs barbecueën
barbecueënd onvoltooid deelwoord barbecueën
barbecueënde woordvorm barbecueën
gebarbecued voltooid deelwoord barbecueën

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van barbecueën zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over barbecueën

Hoe spreek je barbecueën uit?
De uitspraak van barbecueën is: /ˈbɑrbəˌkjuwə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent barbecueën?
Barbecueën is een werkwoord. Het woord betekent: een maaltijd bereiden op een open vuur in de open lucht, meestal gebruikt men houtskool als brandstof.
Hoe vervoeg je barbecueën?
Je vervoegt barbecueën als volgt: de tegenwoordige tijd is barbecue, de verleden tijd is barbecuede en het voltooid deelwoord is gebarbecued. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord barbecueën is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. A 1
  3. R 2
  4. B 3
  5. E 1
  6. C 5
  7. U 4
  8. E 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

barbecueën levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. A 1
  3. R 2
  4. B 4
  5. E 1
  6. C 5
  7. U 2
  8. E 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

barbecueën in het kort

barbecueën staat in dit woordenboek als werkwoord. Van barbecueën zijn 42 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort barbecueën bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

barbecueën: een maaltijd bereiden op een open vuur in de open lucht, meestal gebruikt men houtskool als brandstof
Deel barbecueën — standaardnederlands.nl