Naar de inhoud

bankieren

de geldzaken regelen met een bank of financiële instelling

bankieren

werkwoord

Betekenis

  1. de geldzaken regelen met een bank of financiële instelling

Vervoeging van bankieren

bankierenhele werkwoord — bankierdeverleden tijd enkelvoud — bankierdenverleden tijd meervoud — gebankierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bankier bankierde
jij bankiert bankierde
hij, zij, het bankiert bankierde
wij bankieren bankierden
jullie bankieren bankierden
zij bankieren bankierden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bankier gebiedende wijs
bankierde verleden tijd
bankiere aanvoegende wijs
bankierend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gebankierd verleden tijd, deelwoord
gebankierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebankierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebankierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebankierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebankierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebankierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebankierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebankierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebankierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebankierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebankierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bankieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebankierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bankieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bankieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebankierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bankieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bankieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebankierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van bankier met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van bankieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bankierde verleden tijd bankieren
bankierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bankieren
bankiere aanvoegende wijs bankieren
bankierend onvoltooid deelwoord bankieren
bankierende woordvorm bankieren
bankiert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bankieren
gebankierd voltooid deelwoord bankieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bankieren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bankieren

Wat is de betekenis van bankieren?
Bankieren is een werkwoord. De betekenis is: de geldzaken regelen met een bank of financiële instelling.
Hoe vervoeg ik bankieren?
Zo vervoeg je bankieren zo: de tegenwoordige tijd is bankier, de verleden tijd is bankierde en het voltooid deelwoord is gebankierd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bankieren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. I 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bankieren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. I 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bankieren in het kort

bankieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bankieren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bankieren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bankieren: de geldzaken regelen met een bank of financiële instelling
Deel bankieren — standaardnederlands.nl