Naar de inhoud

balsemen

het prepareren van een stoffelijk overschot om het tegen ontbinding te beschermen

balsemen

werkwoord

Betekenis

  1. het prepareren van een stoffelijk overschot om het tegen ontbinding te beschermen

Vervoeging van balsemen

balsemenhele werkwoord — balsemdeverleden tijd enkelvoud — balsemdenverleden tijd meervoud — gebalsemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik balsem balsemde
jij balsemt balsemde
hij, zij, het balsemt balsemde
wij balsemen balsemden
jullie balsemen balsemden
zij balsemen balsemden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
balsem gebiedende wijs
balsemde verleden tijd
balseme aanvoegende wijs
balsemend onvoltooid, deelwoord
ben gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gebalsemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebalsemd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebalsemd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebalsemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebalsemd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebalsemd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebalsemd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebalsemd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebalsemd verleden tijd, deelwoord
gebalsemd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebalsemd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebalsemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebalsemd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebalsemd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebalsemd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebalsemd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebalsemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebalsemd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebalsemd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebalsemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebalsemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebalsemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebalsemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebalsemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebalsemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebalsemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebalsemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te balsemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebalsemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen balsemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebalsemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebalsemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebalsemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebalsemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebalsemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebalsemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebalsemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebalsemd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal balsemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal balsemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal balsemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebalsemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebalsemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebalsemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebalsemd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebalsemd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebalsemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou balsemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou balsemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou balsemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebalsemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebalsemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebalsemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebalsemd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebalsemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebalsemd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden balsemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden balsemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden balsemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebalsemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebalsemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebalsemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebalsemd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebalsemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebalsemd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt balsemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebalsemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebalsemd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen balsemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen balsemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen balsemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen balsemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebalsemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebalsemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebalsemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebalsemd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebalsemd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebalsemd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult balsemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebalsemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebalsemd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebalsemd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van balsem met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van balsemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
balsemde verleden tijd balsemen
balsemden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon balsemen
balseme aanvoegende wijs balsemen
balsemend onvoltooid deelwoord balsemen
balsemende woordvorm balsemen
balsemt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon balsemen
gebalsemd voltooid deelwoord balsemen
gebalsemde woordvorm balsemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van balsemen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over balsemen

Wat betekent balsemen?
Balsemen is een werkwoord. Het woord betekent: het prepareren van een stoffelijk overschot om het tegen ontbinding te beschermen.
Hoe vervoeg je balsemen?
Je vervoegt balsemen als volgt: de tegenwoordige tijd is balsem, de verleden tijd is balsemde en het voltooid deelwoord is gebalsemd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord balsemen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. A 1
  3. L 3
  4. S 2
  5. E 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

balsemen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. S 2
  5. E 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

balsemen in het kort

balsemen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van balsemen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort balsemen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

balsemen: het prepareren van een stoffelijk overschot om het tegen ontbinding te beschermen
Deel balsemen — standaardnederlands.nl