balsem
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈbɑlsəmBetekenis
- een verzamelnaam voor dun- en dikvloeibare plantaardige producten met doorgaans een sterke karakteristieke geur, die harsen en etherische oliën, veelal van de balsemboom bevatten
Hoe spreek je balsem uit?
/ˈbɑlsəm/
Balsem bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| l | land |
| s | sok |
| ə | de |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| balsempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| balsempjes | verkleinwoord, meervoud |
| balsems | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van balsemen
- gebiedende wijs van balsemen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van balsemen
Vervoeging van balsem
balsemhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘zalf’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van balsem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| balsempje | verkleinwoord | balsem |
| balsempjes | verkleinwoord meervoud | balsem |
| balsems | meervoud | balsem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van balsem zijn vastgelegd.