balansregelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- voorziening op een stereoversterker waarmee de balans tussen beide kanalen kan worden geregeld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| balansregelaars | meervoud |
| balansregelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| balansregelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van balans en regelaar
Woordfamilie van balansregelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| balansregelaars | meervoud | balansregelaar |
| balansregelaartje | verkleinwoord | balansregelaar |
| balansregelaartjes | verkleinwoord meervoud | balansregelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van balansregelaar zijn vastgelegd.