Naar de inhoud

backen

steunen

backen

werkwoord

Betekenis

  1. steunen
  2. (iemand) instrumentaal of vocaal begeleiden
  3. bakken
  4. bakken, braden

werkwoord

  1. instrumentaal of vocaal begeleiden transitive

Vervoeging van backen

backenhele werkwoord — backteverleden tijd enkelvoud — backtenverleden tijd meervoud — gebacktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik back backte
jij backt backte
hij, zij, het backt backte
wij backen backten
jullie backen backten
zij backen backten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
back gebiedende wijs
backe aanvoegende wijs
backend onvoltooid, deelwoord
backte verleden tijd
ben gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gebackt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebackt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebackt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebackt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebackt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebackt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebackt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebackt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebackt verleden tijd, deelwoord
gebackt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebackt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebackt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebackt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebackt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebackt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebackt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebackt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebackt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebackt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebackt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebackt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebackt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebackt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebackt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebackt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebackt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebackt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te backen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebackt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen backen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebackt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebackt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebackt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebackt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebackt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebackt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebackt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebackt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebackt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebackt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebackt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebackt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebackt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebackt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebackt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebackt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebackt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebackt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebackt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebackt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal backen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal backen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal backen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebackt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebackt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebackt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebackt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebackt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebackt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou backen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou backen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou backen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebackt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebackt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebackt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebackt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebackt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebackt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden backen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden backen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden backen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebackt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebackt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebackt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebackt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebackt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebackt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt backen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebackt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebackt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen backen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen backen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen backen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen backen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebackt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebackt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebackt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebackt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebackt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebackt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult backen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebackt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebackt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebackt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van (het Engelse) back (rug) met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van backen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
backe aanvoegende wijs backen
backend onvoltooid deelwoord backen
backende woordvorm backen
backt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon backen
backte verleden tijd backen
backten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon backen
gebackt voltooid deelwoord backen
gebackte woordvorm backen
backends meervoud backend

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van backen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over backen

Wat is de betekenis van backen?
Backen is een werkwoord. De betekenis is: steunen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik backen?
Zo vervoeg je backen zo: de tegenwoordige tijd is back, de verleden tijd is backte en het voltooid deelwoord is gebackt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord backen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. A 1
  3. C 5
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

backen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. A 1
  3. C 5
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 zonder bonus
  8. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

backen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

backen in het kort

backen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van backen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort backen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

backen: steunen
Deel backen — standaardnederlands.nl