azen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- voorzien van aas
- op: jagen op, naar iets streven
werkwoord
- ~ op: jagen op, naar iets streven
Vervoeging van azen
azenhele werkwoord — aasdeverleden tijd enkelvoud — aasdenverleden tijd meervoud — geaasdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | aas | aasde |
| jij | aast | aasde |
| hij, zij, het | aast | aasde |
| wij | azen | aasden |
| jullie | azen | aasden |
| zij | azen | aasden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aas | gebiedende wijs |
| aasde | verleden tijd |
| aze | aanvoegende wijs |
| azend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geaasd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geaasd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geaasd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geaasd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geaasd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geaasd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geaasd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geaasd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geaasd | verleden tijd, deelwoord |
| geaasd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geaasd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geaasd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geaasd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geaasd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geaasd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geaasd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geaasd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geaasd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geaasd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geaasd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geaasd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geaasd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geaasd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geaasd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geaasd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geaasd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geaasd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te azen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geaasd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen azen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geaasd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geaasd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geaasd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geaasd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geaasd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geaasd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geaasd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geaasd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geaasd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geaasd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geaasd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geaasd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geaasd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geaasd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geaasd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geaasd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geaasd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geaasd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geaasd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geaasd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal azen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal azen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal azen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geaasd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geaasd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geaasd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geaasd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geaasd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geaasd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou azen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou azen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou azen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geaasd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geaasd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geaasd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geaasd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geaasd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geaasd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden azen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden azen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden azen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geaasd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geaasd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geaasd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geaasd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geaasd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geaasd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt azen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geaasd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geaasd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen azen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen azen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen azen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen azen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geaasd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geaasd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geaasd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geaasd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geaasd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geaasd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult azen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geaasd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geaasd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geaasd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord aas
Herkomst
In de betekenis van ‘gretig verlangen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1727
Woordfamilie van azen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aasde | verleden tijd | azen |
| aasden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | azen |
| aast | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | azen |
| aze | aanvoegende wijs | azen |
| azend | onvoltooid deelwoord | azen |
| azende | woordvorm | azen |
| geaasd | voltooid deelwoord | azen |
| geaasde | woordvorm | azen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van azen zijn vastgelegd.