Naar de inhoud

ausculteren

(toe)luisteren

ausculteren

werkwoord

Betekenis

  1. (toe)luisteren
  2. luisteren naar de geluiden in het lichaam

werkwoord

  1. luisteren transitive

Vervoeging van ausculteren

ausculterenhele werkwoord — ausculteerdeverleden tijd enkelvoud — ausculteerdenverleden tijd meervoud — geausculteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ausculteer ausculteerde
jij ausculteert ausculteerde
hij, zij, het ausculteert ausculteerde
wij ausculteren ausculteerden
jullie ausculteren ausculteerden
zij ausculteren ausculteerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ausculteer gebiedende wijs
ausculteerde verleden tijd
auscultere aanvoegende wijs
ausculterend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geausculteerd verleden tijd, deelwoord
geausculteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geausculteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geausculteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geausculteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geausculteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geausculteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geausculteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geausculteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geausculteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geausculteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geausculteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geausculteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geausculteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geausculteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geausculteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geausculteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geausculteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te ausculteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geausculteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ausculteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geausculteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geausculteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geausculteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geausculteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geausculteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geausculteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geausculteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geausculteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geausculteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geausculteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ausculteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geausculteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geausculteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geausculteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ausculteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geausculteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Naamwoord van handeling van het Franse ausculter (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van ausculteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ausculteer gebiedende wijs ausculteren
ausculteerde verleden tijd ausculteren
ausculteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ausculteren
ausculteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ausculteren
auscultere aanvoegende wijs ausculteren
ausculterend onvoltooid deelwoord ausculteren
ausculterende woordvorm ausculteren
geausculteerd voltooid deelwoord ausculteren
geausculteerde woordvorm ausculteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ausculteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over ausculteren

Wat is de betekenis van ausculteren?
Ausculteren is een werkwoord. De betekenis is: (toe)luisteren. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ausculteren?
Zo vervoeg je ausculteren zo: de tegenwoordige tijd is ausculteer, de verleden tijd is ausculteerde en het voltooid deelwoord is geausculteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ausculteren is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. U 4
  3. S 2
  4. C 5
  5. U 4
  6. L 3
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ausculteren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. U 2
  3. S 2
  4. C 5
  5. U 2
  6. L 3
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ausculteren in het kort

ausculteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ausculteren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ausculteren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ausculteren: (toe)luisteren
Deel ausculteren — standaardnederlands.nl