Naar de inhoud

asemen

ademen

asemen

werkwoord

Betekenis

  1. ademen

Vervoeging van asemen

asemenhele werkwoord — asemdeverleden tijd enkelvoud — asemdenverleden tijd meervoud — geasemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik asem asemde
jij asemt asemde
hij, zij, het asemt asemde
wij asemen asemden
jullie asemen asemden
zij asemen asemden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
asem gebiedende wijs
asemde verleden tijd
aseme aanvoegende wijs
asemend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geasemd verleden tijd, deelwoord
geasemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geasemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geasemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geasemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geasemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geasemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geasemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geasemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geasemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geasemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geasemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geasemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geasemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geasemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geasemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geasemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geasemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te asemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geasemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen asemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal asemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal asemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal asemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geasemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geasemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geasemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou asemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou asemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou asemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geasemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geasemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geasemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden asemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden asemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden asemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geasemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geasemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geasemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt asemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geasemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen asemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen asemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen asemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen asemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geasemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geasemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geasemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult asemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geasemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van asem met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van asemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
asemde verleden tijd asemen
asemden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon asemen
aseme aanvoegende wijs asemen
asemend onvoltooid deelwoord asemen
asemende woordvorm asemen
asemt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon asemen
geasemd voltooid deelwoord asemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van asemen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over asemen

Wat betekent asemen?
Asemen is een werkwoord. Het woord betekent: ademen.
Hoe vervoeg je asemen?
Je vervoegt asemen als volgt: de tegenwoordige tijd is asem, de verleden tijd is asemde en het voltooid deelwoord is geasemd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord asemen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. S 2
  3. E 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

asemen levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. S 2
  3. E 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

asemen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

asemen in het kort

asemen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van asemen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort asemen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

asemen: ademen
Deel asemen — standaardnederlands.nl