asemen
werkwoordBetekenis
- ademen
Vervoeging van asemen
asemenhele werkwoord — asemdeverleden tijd enkelvoud — asemdenverleden tijd meervoud — geasemdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | asem | asemde |
| jij | asemt | asemde |
| hij, zij, het | asemt | asemde |
| wij | asemen | asemden |
| jullie | asemen | asemden |
| zij | asemen | asemden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| asem | gebiedende wijs |
| asemde | verleden tijd |
| aseme | aanvoegende wijs |
| asemend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| geasemd | verleden tijd, deelwoord |
| geasemd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geasemd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geasemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geasemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geasemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geasemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geasemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geasemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geasemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geasemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geasemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geasemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geasemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geasemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geasemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geasemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geasemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te asemen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geasemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen asemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal asemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal asemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal asemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geasemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geasemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geasemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou asemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou asemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou asemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geasemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geasemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geasemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden asemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden asemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden asemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geasemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geasemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geasemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt asemen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geasemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen asemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen asemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen asemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen asemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geasemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geasemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geasemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult asemen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geasemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van asem met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van asemen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| asemde | verleden tijd | asemen |
| asemden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | asemen |
| aseme | aanvoegende wijs | asemen |
| asemend | onvoltooid deelwoord | asemen |
| asemende | woordvorm | asemen |
| asemt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | asemen |
| geasemd | voltooid deelwoord | asemen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van asemen zijn vastgelegd.