Naar de inhoud

arren

rijden met een ar

arren is meer dan één woord

arren

werkwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord

Betekenis

  1. rijden met een ar
  2. datief van het verouderde ar (boos, kwaad), archaïsch|archaïsche vorm die in enkele voorkomt

Vervoeging van arren

arrenhele werkwoord — ardeverleden tijd enkelvoud — ardenverleden tijd meervoud — geardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ar arde
jij art arde
hij, zij, het art arde
wij arren arden
jullie arren arden
zij arren arden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ar gebiedende wijs
arde verleden tijd
arre aanvoegende wijs
arrend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geard verleden tijd, deelwoord
geard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te arren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen arren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal arren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal arren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal arren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou arren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou arren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou arren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden arren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden arren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden arren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt arren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen arren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen arren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen arren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen arren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult arren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord ar

bijvoeglijk naamwoord

  1. datief van het verouderde ar (boos, kwaad), archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt

Herkomst

afgeleid van ar met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van arren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
arde verleden tijd arren
arden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon arren
arrend onvoltooid deelwoord arren
arrende woordvorm arren
geard voltooid deelwoord arren
gearde woordvorm arren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van arren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over arren

Wat betekent arren?
Arren is een werkwoord. Het woord betekent: rijden met een ar. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je arren?
Je vervoegt arren als volgt: de tegenwoordige tijd is ar, de verleden tijd is arde en het voltooid deelwoord is geard. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord arren is 7 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. R 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 7 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

arren levert met Wordfeud minimaal 7 en maximaal 33 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. R 2
  3. R 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 7 zonder bonus
  7. 33 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

arren telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

arren in het kort

arren is zowel werkwoord, zelfstandig naamwoord als bijvoeglijk naamwoord. Welke betekenis geldt, blijkt uit de zin waarin het staat. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van arren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort arren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

arren: rijden met een ar
Deel arren — standaardnederlands.nl