Naar de inhoud

appreteren

nader behandelen, afwerken, verstevigen

appreteren

werkwoord

Betekenis

  1. nader behandelen, afwerken, verstevigen

Vervoeging van appreteren

appreterenhele werkwoord — appreteerdeverleden tijd enkelvoud — appreteerdenverleden tijd meervoud — geappreteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik appreteer appreteerde
jij appreteert appreteerde
hij, zij, het appreteert appreteerde
wij appreteren appreteerden
jullie appreteren appreteerden
zij appreteren appreteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
appreteer gebiedende wijs
appreteerde verleden tijd
appretere aanvoegende wijs
appreterend onvoltooid, deelwoord
ben geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geappreteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geappreteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geappreteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geappreteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geappreteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geappreteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geappreteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geappreteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geappreteerd verleden tijd, deelwoord
geappreteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geappreteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geappreteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geappreteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geappreteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geappreteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geappreteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geappreteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geappreteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geappreteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geappreteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geappreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geappreteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geappreteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geappreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geappreteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geappreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geappreteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te appreteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geappreteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen appreteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geappreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geappreteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geappreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geappreteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geappreteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geappreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geappreteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geappreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal appreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal appreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal appreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geappreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geappreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geappreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geappreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geappreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geappreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou appreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou appreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou appreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geappreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geappreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geappreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geappreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geappreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geappreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden appreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden appreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden appreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geappreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geappreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geappreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geappreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geappreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geappreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt appreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geappreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geappreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen appreteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen appreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen appreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen appreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geappreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geappreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geappreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geappreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geappreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geappreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult appreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geappreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geappreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geappreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse apprêter (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van appreteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
appreteer gebiedende wijs appreteren
appreteerde verleden tijd appreteren
appreteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon appreteren
appreteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon appreteren
appretere aanvoegende wijs appreteren
appreterend onvoltooid deelwoord appreteren
appreterende woordvorm appreteren
geappreteerd voltooid deelwoord appreteren
geappreteerde woordvorm appreteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van appreteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over appreteren

Wat betekent appreteren?
Appreteren is een werkwoord. Het woord betekent: nader behandelen, afwerken, verstevigen.
Hoe vervoeg je appreteren?
Je vervoegt appreteren als volgt: de tegenwoordige tijd is appreteer, de verleden tijd is appreteerde en het voltooid deelwoord is geappreteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord appreteren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. P 3
  3. P 3
  4. R 2
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

appreteren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. P 4
  3. P 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

appreteren in het kort

appreteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van appreteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort appreteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

appreteren: nader behandelen, afwerken, verstevigen
Deel appreteren — standaardnederlands.nl