Naar de inhoud

apporteren

(een weggeworpen voorwerp of aangeschoten wild) terugbrengen

apporteren

werkwoord

Betekenis

  1. (een weggeworpen voorwerp of aangeschoten wild) terugbrengen

werkwoord

  1. terugbrengen transitive

Vervoeging van apporteren

apporterenhele werkwoord — apporteerdeverleden tijd enkelvoud — apporteerdenverleden tijd meervoud — geapporteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik apporteer apporteerde
jij apporteert apporteerde
hij, zij, het apporteert apporteerde
wij apporteren apporteerden
jullie apporteren apporteerden
zij apporteren apporteerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
apporteer gebiedende wijs
apporteerde verleden tijd
apportere aanvoegende wijs
apporterend onvoltooid, deelwoord
er is geapporteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geapporteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geapporteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geapporteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geapporteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geapporteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geapporteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geapporteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geapporteerd verleden tijd, deelwoord
geapporteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geapporteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geapporteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geapporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geapporteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geapporteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geapporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geapporteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geapporteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geapporteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geapporteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te apporteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geapporteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen apporteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal apporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal apporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal apporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou apporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou apporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou apporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden apporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden apporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden apporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt apporteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geapporteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen apporteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen apporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen apporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen apporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult apporteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geapporteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘terugbrengen’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Woordfamilie van apporteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
apporteer gebiedende wijs apporteren
apporteerde verleden tijd apporteren
apporteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon apporteren
apporteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon apporteren
apportere aanvoegende wijs apporteren
apporterend onvoltooid deelwoord apporteren
apporterende woordvorm apporteren
geapporteerd voltooid deelwoord apporteren
geapporteerde woordvorm apporteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van apporteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over apporteren

Wat is de betekenis van apporteren?
Apporteren is een werkwoord. De betekenis is: (een weggeworpen voorwerp of aangeschoten wild) terugbrengen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik apporteren?
Zo vervoeg je apporteren zo: de tegenwoordige tijd is apporteer, de verleden tijd is apporteerde en het voltooid deelwoord is geapporteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord apporteren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. P 3
  3. P 3
  4. O 1
  5. R 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

apporteren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. P 4
  3. P 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

apporteren in het kort

apporteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van apporteren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort apporteren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

apporteren: (een weggeworpen voorwerp of aangeschoten wild) terugbrengen
Deel apporteren — standaardnederlands.nl