apporteren
werkwoordBetekenis
- (een weggeworpen voorwerp of aangeschoten wild) terugbrengen
werkwoord
- terugbrengen transitive
Vervoeging van apporteren
apporterenhele werkwoord — apporteerdeverleden tijd enkelvoud — apporteerdenverleden tijd meervoud — geapporteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | apporteer | apporteerde |
| jij | apporteert | apporteerde |
| hij, zij, het | apporteert | apporteerde |
| wij | apporteren | apporteerden |
| jullie | apporteren | apporteerden |
| zij | apporteren | apporteerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| apporteer | gebiedende wijs |
| apporteerde | verleden tijd |
| apportere | aanvoegende wijs |
| apporterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geapporteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geapporteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geapporteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geapporteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geapporteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geapporteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geapporteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geapporteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geapporteerd | verleden tijd, deelwoord |
| geapporteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geapporteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geapporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geapporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geapporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geapporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geapporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geapporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geapporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geapporteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geapporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te apporteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geapporteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen apporteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geapporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen apporteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult apporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geapporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘terugbrengen’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van apporteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| apporteer | gebiedende wijs | apporteren |
| apporteerde | verleden tijd | apporteren |
| apporteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | apporteren |
| apporteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | apporteren |
| apportere | aanvoegende wijs | apporteren |
| apporterend | onvoltooid deelwoord | apporteren |
| apporterende | woordvorm | apporteren |
| geapporteerd | voltooid deelwoord | apporteren |
| geapporteerde | woordvorm | apporteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van apporteren zijn vastgelegd.