Naar de inhoud

annonceren

bekend maken

annonceren

werkwoord

Betekenis

  1. bekend maken
  2. voorlezen van de bestelbon in de keuken om misverstanden te voorkomen
  3. verkondigen

Vervoeging van annonceren

annoncerenhele werkwoord — annonceerdeverleden tijd enkelvoud — annonceerdenverleden tijd meervoud — geannonceerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik annonceer annonceerde
jij annonceert annonceerde
hij, zij, het annonceert annonceerde
wij annonceren annonceerden
jullie annonceren annonceerden
zij annonceren annonceerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
annonceer gebiedende wijs
annonceerde verleden tijd
annoncere aanvoegende wijs
annoncerend onvoltooid, deelwoord
ben geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geannonceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geannonceerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geannonceerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geannonceerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geannonceerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geannonceerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geannonceerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geannonceerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geannonceerd verleden tijd, deelwoord
geannonceerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geannonceerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geannonceerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geannonceerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geannonceerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geannonceerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geannonceerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geannonceerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geannonceerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geannonceerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geannonceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geannonceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geannonceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geannonceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geannonceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geannonceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geannonceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geannonceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te annonceren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geannonceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen annonceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geannonceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geannonceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geannonceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geannonceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geannonceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geannonceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geannonceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geannonceerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal annonceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal annonceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal annonceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geannonceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geannonceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geannonceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geannonceerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geannonceerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geannonceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou annonceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou annonceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou annonceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geannonceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geannonceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geannonceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geannonceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geannonceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geannonceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden annonceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden annonceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden annonceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geannonceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geannonceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geannonceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geannonceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geannonceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geannonceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt annonceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geannonceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geannonceerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen annonceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen annonceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen annonceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen annonceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geannonceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geannonceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geannonceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geannonceerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geannonceerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geannonceerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult annonceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geannonceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geannonceerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geannonceerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aankondigen’ voor het eerst aangetroffen in 1669

Woordfamilie van annonceren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
annonceer gebiedende wijs annonceren
annonceerde verleden tijd annonceren
annonceerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon annonceren
annonceert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon annonceren
annoncere aanvoegende wijs annonceren
annoncerend onvoltooid deelwoord annonceren
annoncerende woordvorm annonceren
geannonceerd voltooid deelwoord annonceren
geannonceerde woordvorm annonceren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van annonceren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over annonceren

Wat is de betekenis van annonceren?
Annonceren is een werkwoord. De betekenis is: bekend maken. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik annonceren?
Zo vervoeg je annonceren zo: de tegenwoordige tijd is annonceer, de verleden tijd is annonceerde en het voltooid deelwoord is geannonceerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord annonceren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. N 1
  3. N 1
  4. O 1
  5. N 1
  6. C 5
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

annonceren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. N 1
  3. N 1
  4. O 1
  5. N 1
  6. C 5
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

annonceren in het kort

annonceren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van annonceren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort annonceren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

annonceren: bekend maken
Deel annonceren — standaardnederlands.nl