altereren
werkwoordBetekenis
- veranderen
Vervoeging van altereren
altererenhele werkwoord — altereerdeverleden tijd enkelvoud — altereerdenverleden tijd meervoud — gealtereerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | altereer | altereerde |
| jij | altereert | altereerde |
| hij, zij, het | altereert | altereerde |
| wij | altereren | altereerden |
| jullie | altereren | altereerden |
| zij | altereren | altereerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| altereer | gebiedende wijs |
| altereerde | verleden tijd |
| alterere | aanvoegende wijs |
| altererend | onvoltooid, deelwoord |
| ben gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gealtereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gealtereerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gealtereerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gealtereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gealtereerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gealtereerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gealtereerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gealtereerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gealtereerd | verleden tijd, deelwoord |
| gealtereerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gealtereerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gealtereerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gealtereerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gealtereerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gealtereerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gealtereerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gealtereerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gealtereerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gealtereerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gealtereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gealtereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gealtereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gealtereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gealtereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gealtereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gealtereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gealtereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te altereren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gealtereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen altereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gealtereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gealtereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gealtereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gealtereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gealtereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gealtereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gealtereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gealtereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal altereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal altereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal altereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gealtereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gealtereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gealtereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gealtereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gealtereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gealtereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou altereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou altereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou altereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gealtereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gealtereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gealtereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gealtereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gealtereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gealtereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden altereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden altereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden altereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gealtereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gealtereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gealtereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gealtereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gealtereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gealtereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt altereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gealtereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gealtereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen altereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen altereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen altereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen altereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gealtereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gealtereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gealtereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gealtereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gealtereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gealtereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult altereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gealtereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gealtereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gealtereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘veranderen’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Woordfamilie van altereren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| altereer | gebiedende wijs | altereren |
| altereerde | verleden tijd | altereren |
| altereerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | altereren |
| altereert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | altereren |
| alterere | aanvoegende wijs | altereren |
| altererend | onvoltooid deelwoord | altereren |
| altererende | woordvorm | altereren |
| gealtereerd | voltooid deelwoord | altereren |
| gealtereerde | woordvorm | altereren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van altereren zijn vastgelegd.