allitereren
werkwoordBetekenis
- beginnen met gelijke medeklinkers van twee of meerdere beklemtoonde lettergrepen of woorden binnen een uitdrukking, prozazin of vers
Vervoeging van allitereren
allitererenhele werkwoord — allitereerdeverleden tijd enkelvoud — allitereerdenverleden tijd meervoud — geallitereerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | allitereer | allitereerde |
| jij | allitereert | allitereerde |
| hij, zij, het | allitereert | allitereerde |
| wij | allitereren | allitereerden |
| jullie | allitereren | allitereerden |
| zij | allitereren | allitereerden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| allitereer | gebiedende wijs |
| allitereerde | verleden tijd |
| alliterere | aanvoegende wijs |
| allitererend | onvoltooid, deelwoord |
| allittereren | |
| ev. | gebiedende wijs |
| geallitereerd | verleden tijd, deelwoord |
| geallitereerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geallitereerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geallitereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geallitereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geallitereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geallitereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geallitereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geallitereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geallitereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geallitereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geallitereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geallitereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geallitereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geallitereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geallitereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geallitereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geallitereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te allitereren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geallitereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen allitereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geallitereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geallitereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geallitereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geallitereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geallitereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geallitereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geallitereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geallitereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geallitereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geallitereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen allitereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geallitereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geallitereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geallitereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult allitereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geallitereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse allitérer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van allitereren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| allitereer | gebiedende wijs | allitereren |
| allitereerde | verleden tijd | allitereren |
| allitereerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | allitereren |
| allitereert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | allitereren |
| alliterere | aanvoegende wijs | allitereren |
| allitererend | onvoltooid deelwoord | allitereren |
| allitererende | woordvorm | allitereren |
| geallitereerd | voltooid deelwoord | allitereren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van allitereren zijn vastgelegd.