Naar de inhoud

akkeren

ploegen, beploegen, bebouwen

akkeren

werkwoord

Betekenis

  1. ploegen, beploegen, bebouwen

Vervoeging van akkeren

akkerenhele werkwoord — akkerdeverleden tijd enkelvoud — akkerdenverleden tijd meervoud — geakkerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik akker akkerde
jij akkert akkerde
hij, zij, het akkert akkerde
wij akkeren akkerden
jullie akkeren akkerden
zij akkeren akkerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
akker gebiedende wijs
akkerde verleden tijd
akkere aanvoegende wijs
akkerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geakkerd verleden tijd, deelwoord
geakkerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geakkerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geakkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geakkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geakkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geakkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geakkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geakkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geakkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geakkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geakkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te akkeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geakkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen akkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal akkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal akkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal akkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou akkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou akkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou akkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden akkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden akkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden akkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt akkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geakkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen akkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen akkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen akkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen akkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult akkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geakkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van akker met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van akkeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
akkerde verleden tijd akkeren
akkerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon akkeren
akkere aanvoegende wijs akkeren
akkerend onvoltooid deelwoord akkeren
akkerende woordvorm akkeren
akkert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon akkeren
geakkerd voltooid deelwoord akkeren
geakkerde woordvorm akkeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van akkeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over akkeren

Wat is de betekenis van akkeren?
Akkeren is een werkwoord. De betekenis is: ploegen, beploegen, bebouwen.
Hoe vervoeg ik akkeren?
Zo vervoeg je akkeren zo: de tegenwoordige tijd is akker, de verleden tijd is akkerde en het voltooid deelwoord is geakkerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord akkeren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. K 3
  3. K 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

akkeren levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. K 3
  3. K 3
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

akkeren telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

akkeren in het kort

akkeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van akkeren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort akkeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

akkeren: ploegen, beploegen, bebouwen
Deel akkeren — standaardnederlands.nl