akkeren
werkwoordBetekenis
- ploegen, beploegen, bebouwen
Vervoeging van akkeren
akkerenhele werkwoord — akkerdeverleden tijd enkelvoud — akkerdenverleden tijd meervoud — geakkerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | akker | akkerde |
| jij | akkert | akkerde |
| hij, zij, het | akkert | akkerde |
| wij | akkeren | akkerden |
| jullie | akkeren | akkerden |
| zij | akkeren | akkerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| akker | gebiedende wijs |
| akkerde | verleden tijd |
| akkere | aanvoegende wijs |
| akkerend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| geakkerd | verleden tijd, deelwoord |
| geakkerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geakkerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geakkerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geakkerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geakkerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geakkerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geakkerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geakkerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geakkerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geakkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geakkerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geakkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geakkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geakkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geakkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geakkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geakkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te akkeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geakkerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen akkeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geakkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geakkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geakkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geakkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geakkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geakkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geakkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geakkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geakkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geakkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen akkeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geakkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geakkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geakkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult akkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geakkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van akker met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van akkeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| akkerde | verleden tijd | akkeren |
| akkerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | akkeren |
| akkere | aanvoegende wijs | akkeren |
| akkerend | onvoltooid deelwoord | akkeren |
| akkerende | woordvorm | akkeren |
| akkert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | akkeren |
| geakkerd | voltooid deelwoord | akkeren |
| geakkerde | woordvorm | akkeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van akkeren zijn vastgelegd.