Naar de inhoud

agenderen

op de agenda plaatsen

agenderen

werkwoord

Betekenis

  1. op de agenda plaatsen

Vervoeging van agenderen

agenderenhele werkwoord — agendeerdeverleden tijd enkelvoud — agendeerdenverleden tijd meervoud — geagendeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik agendeer agendeerde
jij agendeert agendeerde
hij, zij, het agendeert agendeerde
wij agenderen agendeerden
jullie agenderen agendeerden
zij agenderen agendeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
agendeer gebiedende wijs
agendeerde verleden tijd
agendere aanvoegende wijs
agenderend onvoltooid, deelwoord
ben geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geagendeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geagendeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geagendeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geagendeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geagendeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geagendeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geagendeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geagendeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geagendeerd verleden tijd, deelwoord
geagendeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geagendeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geagendeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geagendeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geagendeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geagendeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geagendeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geagendeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geagendeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geagendeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geagendeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geagendeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geagendeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geagendeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geagendeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geagendeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geagendeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geagendeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te agenderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geagendeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen agenderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geagendeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geagendeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geagendeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geagendeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geagendeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geagendeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geagendeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geagendeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal agenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal agenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal agenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geagendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geagendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geagendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geagendeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geagendeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geagendeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou agenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou agenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou agenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geagendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geagendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geagendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geagendeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geagendeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geagendeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden agenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden agenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden agenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geagendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geagendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geagendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geagendeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geagendeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geagendeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt agenderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geagendeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geagendeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen agenderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen agenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen agenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen agenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geagendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geagendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geagendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geagendeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geagendeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geagendeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult agenderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geagendeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geagendeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geagendeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘tot een agenda verenigen’ voor het eerst aangetroffen in 1880

Woordfamilie van agenderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
agendeer gebiedende wijs agenderen
agendeerde verleden tijd agenderen
agendeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon agenderen
agendeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon agenderen
agendere aanvoegende wijs agenderen
agenderend onvoltooid deelwoord agenderen
agenderende woordvorm agenderen
geagendeerd voltooid deelwoord agenderen
geagendeerde woordvorm agenderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van agenderen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over agenderen

Wat betekent agenderen?
Agenderen is een werkwoord. Het woord betekent: op de agenda plaatsen.
Hoe vervoeg je agenderen?
Je vervoegt agenderen als volgt: de tegenwoordige tijd is agendeer, de verleden tijd is agendeerde en het voltooid deelwoord is geagendeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord agenderen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. G 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

agenderen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. G 3
  3. E 1
  4. N 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

agenderen in het kort

agenderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van agenderen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort agenderen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

agenderen: op de agenda plaatsen
Deel agenderen — standaardnederlands.nl