Naar de inhoud

afvreten

door eten verwijderen, door happen of bijten laten verdwijnen

afvreten

werkwoord ˈɑvretə(n)

Betekenis

  1. door eten verwijderen, door happen of bijten laten verdwijnen
  2. door eten kaal maken, door happen of bijten van begroeiing ontdoen
  3. eten tot je klaar bent
  4. door bijtende werking laten vergaan

Hoe spreek je afvreten uit?

/ˈɑvretən/

Afvreten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑvretən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
v vis
r rood
e veel
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afvreten

afvretenhele werkwoord — vrat afverleden tijd enkelvoud — vraten afverleden tijd meervoud — afgevretenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vreet af vrat af
jij vreet af vrat af
hij, zij, het vreet af vrat af
wij vreten af vraten af
jullie vreten af vraten af
zij vreten af vraten af
Alle 73 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
af te vreten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen vreten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal vreten bijzin, toekomende tijd
af zou vreten bijzin, voorwaardelijk
af zouden vreten bijzin, voorwaardelijk
af zoudt vreten bijzin, voorwaardelijk
af zullen vreten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen vreten bijzin, toekomende tijd
af zult vreten bijzin, toekomende tijd
afgevreten verleden tijd, deelwoord
afgevreten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgevreten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afvrat bijzin, verleden tijd
afvraten bijzin, verleden tijd
afvreet bijzin, tegenwoordige tijd
afvretend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
had afgevreten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgevreten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgevreten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgevreten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgevreten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgevreten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgevreten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgevreten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgevreten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgevreten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgevreten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgevreten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgevreten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben afgevreten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afvreten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vrat af verleden tijd
vreet af gebiedende wijs
zal afgevreten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgevreten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgevreten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afvreten bijzin, toekomende tijd
zou afgevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afvreten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afvreten af zou(dt) vreten bijzin, voorwaardelijk
zouden afgevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afvreten bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgevreten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afvreten bijzin, voorwaardelijk
zullen afgevreten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgevreten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgevreten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afvreten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afvreten bijzin, toekomende tijd
zult afgevreten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afvreten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult afvreten bijzin, toekomende tijd
zult/zal afvreten af zult/zal vreten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van af bw en vreten ww

Woordfamilie van afvreten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgevreten voltooid deelwoord afvreten
afvrat subordinate-clause, verleden tijd afvreten
afvraten subordinate-clause, verleden tijd afvreten
afvreet subordinate-clause, tegenwoordige tijd afvreten
afvrete with-subordinate-clause afvreten
afvretend onvoltooid deelwoord afvreten
afvretende woordvorm afvreten
vrat af verleden tijd afvreten
vraten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afvreten
vreet af gebiedende wijs afvreten
vrete af woordvorm afvreten
vreten af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afvreten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afvreten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over afvreten

Hoe spreek je afvreten uit?
De uitspraak van afvreten is: /ˈɑvretə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent afvreten?
Afvreten is een werkwoord. Het woord betekent: door eten verwijderen, door happen of bijten laten verdwijnen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je afvreten?
Je vervoegt afvreten als volgt: het voltooid deelwoord is afgevreten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afvreten is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. V 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afvreten levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. V 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afvreten in het kort

afvreten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van afvreten zijn 43 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afvreten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afvreten: door eten verwijderen, door happen of bijten laten verdwijnen
Deel afvreten — standaardnederlands.nl