Naar de inhoud

afvallen

gewicht verliezen

Gewicht verliezen. Ook: vallen vanaf een hoger gelegen plek, niet meer meedoen in een wedstrijd of selectie, en ontrouw worden aan een geloof.

afvallen

werkwoord / ˈɑfɑlə(n) /

Betekenis

  1. gewicht verliezen
  2. de koers van een schip in de richting van de lijzijde wijzigen
  3. ontrouw worden aan zijn geloof
  4. vallen vanaf een hoger gelegen plek
  5. niet meer meetellen, niet meer kunnen meedoen
  6. elkaar steunen

afvallen in een zin

  • Hij is de laatste maanden vijf kilo afgevallen.
  • In de halve finale viel de helft van de deelnemers af.
  • De takken vielen door de storm van de boom af.

Gebruik

Afvallen is scheidbaar: in een hoofdzin schuift af naar achteren, zoals in zij valt een kilo af.

Let op: De vervoeging is onregelmatig: viel af, afgevallen.

Hoe spreek je afvallen uit?

/ˈɑfɑlən/

Afvallen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfɑlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. elkaar niet meer steunen
  2. verliezen, kwijtraken met name van zorgen

Vervoeging van afvallen

afvallenhele werkwoord — viel afverleden tijd enkelvoud — vielen afverleden tijd meervoud — afgevallenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik val af viel af
jij valt af viel af
hij, zij, het valt af viel af
wij vallen af vielen af
jullie vallen af vielen af
zij vallen af vielen af
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
af te vallen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen vallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal vallen bijzin, toekomende tijd
af zou vallen bijzin, voorwaardelijk
af zouden vallen bijzin, voorwaardelijk
af zoudt vallen bijzin, voorwaardelijk
af zullen vallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen vallen bijzin, toekomende tijd
af zult vallen bijzin, toekomende tijd
afgevallen verleden tijd, deelwoord
afgevallen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgevallen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afval bijzin, tegenwoordige tijd
afvallend onvoltooid, deelwoord
afvalt bijzin, tegenwoordige tijd
afviel bijzin, verleden tijd
afvielen bijzin, verleden tijd
ben afgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is afgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn afgevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afvallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
val af gebiedende wijs
viel af verleden tijd
waart afgevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal afgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afvallen bijzin, toekomende tijd
zijn afgevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn afgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afvallen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afvallen af zou(dt) vallen bijzin, voorwaardelijk
zouden afgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afvallen bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afvallen bijzin, voorwaardelijk
zullen afgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afvallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afvallen bijzin, toekomende tijd
zult afgevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afvallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult afvallen bijzin, toekomende tijd
zult/zal afvallen af zult/zal vallen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van af bw en vallen ww

Woordfamilie van afvallen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgevallen voltooid deelwoord afvallen
afvalle with-subordinate-clause afvallen
afvallend onvoltooid deelwoord afvallen
afvallende woordvorm afvallen
afvalt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afvallen
afviel subordinate-clause, verleden tijd afvallen
afvielen subordinate-clause, verleden tijd afvallen
val af gebiedende wijs afvallen
valle af woordvorm afvallen
vallen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afvallen
valt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afvallen
viel af verleden tijd afvallen
vielen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afvallen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afvallen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over afvallen

Hoe spreek je afvallen uit?
De uitspraak van afvallen is: /ˈɑfɑlə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent afvallen?
Afvallen is een werkwoord. Het woord betekent: gewicht verliezen. Deze pagina beschrijft 8 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je afvallen?
Je vervoegt afvallen als volgt: het voltooid deelwoord is afgevallen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afvallen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. V 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afvallen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. V 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afvallen: gewicht verliezen
Deel afvallen — standaardnederlands.nl