Naar de inhoud

aftaaien

weggaan bij een werkzaamheid, dienst e.d.

aftaaien

werkwoord

Betekenis

  1. weggaan bij een werkzaamheid, dienst e.d.
  2. dienst of werkzaamheid opgeven

Vervoeging van aftaaien

aftaaienhele werkwoord — taaide afverleden tijd enkelvoud — taaiden afverleden tijd meervoud — afgetaaidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik taai af taaide af
jij taait af taaide af
hij, zij, het taait af taaide af
wij taaien af taaiden af
jullie taaien af taaiden af
zij taaien af taaiden af
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
af te taaien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen taaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal taaien bijzin, toekomende tijd
af zou taaien bijzin, voorwaardelijk
af zouden taaien bijzin, voorwaardelijk
af zoudt taaien bijzin, voorwaardelijk
af zullen taaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen taaien bijzin, toekomende tijd
af zult taaien bijzin, toekomende tijd
afgetaaid verleden tijd, deelwoord
afgetaaid te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgetaaid zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aftaai bijzin, tegenwoordige tijd
aftaaide bijzin, verleden tijd
aftaaiden bijzin, verleden tijd
aftaaiend onvoltooid, deelwoord
aftaait bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgetaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgetaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgetaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgetaaid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgetaaid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgetaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgetaaid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgetaaid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgetaaid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgetaaid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
is afgetaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgetaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
taai af gebiedende wijs
taaide af verleden tijd
te zijn afgetaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aftaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgetaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgetaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgetaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgetaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgetaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgetaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgetaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal afgetaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgetaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgetaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aftaaien bijzin, toekomende tijd
zijn afgetaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn afgetaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgetaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgetaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgetaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgetaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgetaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgetaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aftaaien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aftaaien af zou(dt) taaien bijzin, voorwaardelijk
zouden afgetaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgetaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgetaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aftaaien bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgetaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aftaaien bijzin, voorwaardelijk
zullen afgetaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgetaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgetaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aftaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aftaaien bijzin, toekomende tijd
zult afgetaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aftaaien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aftaaien bijzin, toekomende tijd
zult/zal aftaaien af zult/zal taaien bijzin, toekomende tijd

Herkomst

Mogelijk een verbastering van de Engelse vakterm tie up 'vastmaken van een schip (en vervolgens weggaan)' , voor het eerst aangetroffen in 1969 (niet 1974 ), zie vindplaats hieronder.

Woordfamilie van aftaaien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgetaaid voltooid deelwoord aftaaien
afgetaaide woordvorm aftaaien
aftaai subordinate-clause, tegenwoordige tijd aftaaien
aftaaide subordinate-clause, verleden tijd aftaaien
aftaaiden subordinate-clause, verleden tijd aftaaien
aftaaie with-subordinate-clause aftaaien
aftaaiend onvoltooid deelwoord aftaaien
aftaaiende woordvorm aftaaien
aftaait subordinate-clause, tegenwoordige tijd aftaaien
taai af gebiedende wijs aftaaien
taaide af verleden tijd aftaaien
taaiden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aftaaien
taaie af woordvorm aftaaien
taaien af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aftaaien
taait af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aftaaien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aftaaien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aftaaien

Wat is de betekenis van aftaaien?
Aftaaien is een werkwoord. De betekenis is: weggaan bij een werkzaamheid, dienst e.d. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aftaaien?
Zo vervoeg je aftaaien zo: het voltooid deelwoord is afgetaaid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aftaaien is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. T 2
  4. A 1
  5. A 1
  6. I 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aftaaien levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. T 2
  4. A 1
  5. A 1
  6. I 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aftaaien in het kort

aftaaien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aftaaien staan er 54 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aftaaien bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aftaaien: weggaan bij een werkzaamheid, dienst e.d.
Deel aftaaien — standaardnederlands.nl