Naar de inhoud

afstaan

uit handen geven

afstaan

werkwoord ˈɑfstan

Betekenis

  1. uit handen geven
  2. ~ van: zich op een afstand bevinden

Hoe spreek je afstaan uit?

/ˈɑfstan/

Afstaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfstan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
s sok
t tak
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afstaan

afstaanhele werkwoord — stond afverleden tijd enkelvoud — stonden afverleden tijd meervoud — afgestaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sta af stond af
jij staat af stond af
hij, zij, het staat af stond af
wij staan af stonden af
jullie staan af stonden af
zij staan af stonden af
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te staan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen staan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal staan bijzin, toekomende tijd
af zou staan bijzin, voorwaardelijk
af zouden staan bijzin, voorwaardelijk
af zoudt staan bijzin, voorwaardelijk
af zullen staan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen staan bijzin, toekomende tijd
af zult staan bijzin, toekomende tijd
afgestaan verleden tijd, deelwoord
afgestaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgestaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgestaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgestaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgestaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgestaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgestaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgestaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afsta bijzin, tegenwoordige tijd
afstaand onvoltooid, deelwoord
afstaat bijzin, tegenwoordige tijd
afstond bijzin, verleden tijd
afstonden bijzin, verleden tijd
afstondt bijzin, verleden tijd
ben afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgestaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgestaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgestaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgestaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgestaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgestaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgestaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgestaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgestaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sta af gebiedende wijs
stond af verleden tijd
te hebben afgestaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgestaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgestaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgestaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgestaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgestaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afstaan bijzin, toekomende tijd
zijn afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgestaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afstaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afstaan af zou(dt) staan bijzin, voorwaardelijk
zouden afgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afstaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgestaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgestaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afstaan bijzin, voorwaardelijk
zullen afgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgestaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgestaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgestaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afstaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van af bw en staan ww

Woordfamilie van afstaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgestaan voltooid deelwoord afstaan
afgestane woordvorm afstaan
afsta subordinate-clause, tegenwoordige tijd afstaan
afstaand onvoltooid deelwoord afstaan
afstaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd afstaan
afstond subordinate-clause, verleden tijd afstaan
afstonden subordinate-clause, verleden tijd afstaan
sta af gebiedende wijs afstaan
staan af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afstaan
staat af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afstaan
stond af verleden tijd afstaan
stonden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afstaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afstaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afstaan

Hoe spreek je afstaan uit?
De uitspraak van afstaan is: /ˈɑfstan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent afstaan?
Afstaan is een werkwoord. Het woord betekent: uit handen geven. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je afstaan?
Je vervoegt afstaan als volgt: het voltooid deelwoord is afgestaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afstaan is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. A 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afstaan levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. A 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

afstaan telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

afstaan in het kort

afstaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van afstaan zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afstaan bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afstaan: uit handen geven
Deel afstaan — standaardnederlands.nl